Officiele Federation of Belgian Mushers Clubs Nieuws - Federation of Belgian Mushers Clubs

Dogs running
FBMC Logo
Dogs running
Menu
Ga naar de inhoud

Mushing: Meten is weten

Federation of Belgian Mushers Clubs
Gepubliceerd door in Mushing · 20 november 2021
Meten en vergelijken is nog meer weten.
Het beste voorbeeld van meten en vergelijken zijn de wedstrijd resultaten.
Op training lopen ze fantastisch, alleszins dat denken wij, en op wedstrijd eindig je niet in de top 5 of 10 om het nog erger te maken.
Het eerste dat de musher zal doen is gewoon aanvaarden dat de anderen sterker waren en dan gaan ze kijken waarom ze sterker waren.
Ik heb looplijn honden en zij hebben dat ook, maar toch gaan wij kijken of het niet aan de honden ligt, groter, zwaarder of weet ik veel wat.
Misschien is het het materiaal die ze gebruiken, een lichtere kar, lichtere musketonhaken.
Meten is weten en misschien heb je gewoon het verkeerde gemeten, datgene dat bij trainingen er minder toe doet, of toch het juiste gemeten maar niet degelijk vergeleken om nog meer te weten voordat de conclusie gevallen is.

Weet wat je meet om te kunnen vergelijken.
Je kan appelen met appelen vergelijken maar niet met peren.
Een goede musher die zijn vorderingen wilt kunnen meten zal een gps gebruiken.
Verander je dikwijls van trainingsomloop dat is meten niet onmogelijk, maar je gaat een vast meetpunt moeten inbouwen om de evolutie van je team daadwerkelijk te meten.

Een vast meetpunt.
Met een vast meetpunt bedoel ik dat je een bepaald geheel gaat creëren die altijd hetzelfde is of waar weinig in kan veranderen. Temperatuur en weersomstandigheden zijn de variabelen waar je geen vat op hebt maar waar je wel rekening mee kan houden als correctie.

Vaste omgeving creëren.
Stippel een vaste omloop uit om met eenzelfde vehikel de meting te gaan verrichten en probeer zo goed als mogelijk het rond dezelfde tijd te doen, dag en nacht kan verschillend zijn door wild dat aanwezig is of niet. Dit om zo weinig mogelijk afwijking te veroorzaken in je vergelijkingen.
Eenmaal je dat hebt gebeuren daar je referentie metingen.

Afstand instellen
De afstand van je omloop mag kort zijn maar je zal met de loop van tijd een nieuw referentie moeten maken als blijkt dat je aan een plafond zit op die ene afstand, tenzij die korte afstand deel uitmaakt van een langere omloop en je het begin punt en eindpunt effectief kan meten zonder afwijkingen om te vergelijken. Een goede optie zou kunnen zijn de eerste kilometers van je trainingsomloop als vaste referentie te gebruiken zodat je daarna nog kan doen wat je wilt.
Theoretisch gezien zou ik opteren om het einddoel afstand te nemen als referentie.
Het is zeker dat je vorderingen zal maken in vergelijking met je allereerste meting.

Welk voertuig.
Om de meting te doen zal je steeds eenzelfde voertuig gebruiken.
Het maakt niet uit of je een licht voertuig al dan een zwaar voertuig neemt.
Men kan bedenken dat een licht voertuig misschien evenals een korte afstand snel een plafond bereikt zal hebben.
Misschien, misschien ook niet, ik weet het niet.
In het slechtste geval zal je een nieuw beginpunt in je metingen moeten maken voordat je weer kan vergelijken.

Wanneer meten
Je kan sporadisch de meting uitvoeren of met bepaalde intervallen die je in je trainingsschema mee hebt ingebouwd als je te werk gaat met een trainingsschema.

Heb je dat allemaal voor elkaar dan kan je zien waar je staat en vergelijk je eventueel ook met de wedstrijd resultaten.
Dan weet je al dat je vorderingen moet maken of niet.
Stagneren ze in hun vordering dan ben je ofwel aan een limiet en beteren gaat niet, of er schort iets dat beter kan.
Minderen ze, wat ook kan, dan is er iets fout.

Er valt nog meer te meten.

Is je team aan het werk of doen ze aan sightseeing ?
Hebben je honden aandacht voor jou of voor de omgeving ?
Dit is een belangrijke meting want dan weet je of dat ze bezig zijn met lopen of met iets anders.
Oren en ik zeg oren en niet één oor naar achteren gericht, dan zijn ze waarschijnlijk goed bezig.
Staart omhoog, ze zijn niet goed bezig.
Dit zijn zaken die je direct kan zien en direct actie kan ondernemen door ze tot de orde van de dag te interpelleren.

Werken ze allemaal of niet ?
Een loshangende lijn valt op, je weet hoe de steel in de vork zit.
Je hebt slimmeriken en die houden de lijn net genoeg gespannen zodat de lijn niet doorhangt, en je hebt het niet door.
Een eerste aanwijzing die er kan zijn is de tuglijn die anders doet als de anderen.  
Een kortstondige verslapping, bijna niet te zien maar is teken dat er niet overtuigend gewerkt wordt.
Twijfel je of wil je zeker zijn van je vermoeden dan ga een een kleine constructie in elkaar knutselen om die te meten.
Het is geen grote ingreep dat je moet doen, enkel een elastiek met redelijke weerstand die ze gaan moeten overwinnen om de lijn weer recht te krijgen. Gebeurt dit niet, dan is de kans reëel dat het een karottentrekker is.

Dravers werken niet of minder
Een draver is niet noodzakelijk een profiteur, het is vooral dat de snelheid hem/haar niet ligt en draven hem/haar beter uitkomt. Het kan nog steeds zijn dat zij/hij wel degelijk werkt.
Enkel net voor de overgang van draf naar galop zal er een lege zone zijn waar je best niet in blijft hangen. Uiteindelijk zal je hond praktisch evenveel energie verbruiken die voor het team niets opbrengt. Overgaan naar galop is dan ook aangewezen of vertragen.
Wil je zeker zijn, gebruik dan een elastiekje zoals aangegeven in het vorig paragraag.





Geen commentaren
FBMC v.z.w.
Prinsenlaan 18
9140 Temse
Wegens spammers worden op de website geen contact gegevens geplaatst.
En raison des spammeurs, aucune information de contact n'est indiquée sur le site.

Terug naar de inhoud