Entingen - FBMC Race Site

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Entingen

Vaccinatie van uw hond
Zoals algemeen bekend, is vaccineren een effectieve manier om ziekten te voorkomen. Bij vaccinatie wordt meestal een klein beetje dode of onschadelijk gemaakte ziekteverwekker in de hond “gespoten”. Hierdoor wordt het dier aangezet tot het maken van antilichamen. Deze antilichamen zijn dan al aanwezig op het moment dat het dier besmet wordt met de werkelijke levende ziekte verwekker. Het dier is dan voorbereid en kan de ziekte verwekker onmiddellijk onschadelijk maken of in ieder geval gemakkelijker bestrijden en daardoor worden zijn overlevingskansen vergroot.
Uiteraard kan een vaccinatie net als iedere ander medische ingreep bijwerkingen hebben. Daarom wordt voor ieder vaccinatie-advies ook een afweging gemaakt tussen de voor en de nadelen ervan.
Bij deze afweging zijn een aantal vragen van belang.
-Hoe groot is de kans dat de hond de ziekte krijgt?
-Hoe bedreigend is de ziekte? Is een ziekte levensbedreigend of mild ziek makend?
-Hoeveel bescherming biedt het vaccin, hoe goed werkt het?
-Wat zijn de bijwerkingen, en wat is de kans op die bijwerkingen?
Om deze afweging te kunnen maken zul je dus een antwoord op deze vragen moeten kunnen geven.
In dit stukje zal ik die mogelijke antwoorden in grote lijnen proberen te geven. Daarvoor zal ik eerst een korte toelichting geven op de ziektes waar honden tegen gevaccineerd kunnen worden.
Parvo
Parvo is een zeer besmettelijke virusziekte. De zieke dieren krijgen braakklachten en diarree, vaak met bloed erbij. Vooral jonge dieren overlijden daar meestal aan ondanks intensieve verzorging.
Parvo wordt nog zeer regelmatig in Nederland gevonden, we zien de ziekte tegenwoordig zerlfs weer meer. Vaak bij geïmporteerde puppy's uit het buitenland.
Het vaccin biedt een uitstekende bescherming tegen de ziekte.
Hondenziekte
Hondenziekte is een zeer besmettelijke virusziekte. De symptomen variëren. Sommigen krijgen een beetje koorts of verminderde eetlust, anderen krijgen ook neus en oog uitvloeiing, hoesten, braken,
diarree en hoge koorts. Veel honden overlijden hier aan maar bij de honden die het overleven kunnen zich neurologische verschijnselen gaan ontwikkelen (toevallen, TIC's, gedragsproblemen, in cirkels lopen etc). Bij de honden die ook dit overleven, ontstaan vaak oogproblemen en begint een overmatige vereelting van de neus en voetzolen.
Door de goed werkende vaccinaties komt het virus in Nederland haast niet meer voor maar de ziekte komt nog over de hele wereld voor dus waakzaamheid blijft geboden.
Leptospirose of ziekte van weil
Leptospiren zijn bacteriën die zich in het bloed vermenigvuldigen en dan de bloedvaten aantasten via de gifstoffen die ze produceren. Ze richten vaak schade aan in de lever en de nieren van de besmette honden. De symptomen variëren van minder ernstig tot ernstig. De ernstig zieke dieren krijgen dus lever of nier problemen en overlijden daaraan of worden chronisch lever of nier patiënt.
Patiënten worden behandeld met infusen en antibiotica.
De leptospirae worden via de urine van besmette honden maar ook via de urine van besmette knaagdieren uitgescheiden . Ze overleven in stilstaand water en plasjes. Honden kunnen zich op die manier zeer gemakkelijk besmetten. Hoewel zeldzaam kunnen ook mensen door zieke honden besmet worden. In Nederland zijn twee vormen bekend: De variant canicola (die alleen bij de hond voorkomt) komt door de goede vaccinatie bijna niet meer voor. De variant icterohaemorrhagiae komt nog onveranderd veel voor vooral omdat deze ook veel bij knaagdieren voorkomt.
Vaccinatie beschermt niet geheel tegen de infectie maar wel tegen het ontstaan van symptomen.
HCC of leverziekte 
HCC is een besmettelijke leverontsteking die vooral voor jonge dieren gevaarlijk is. Als besmette dieren de ziekte overleven krijgt 20 % van deze dieren een zogenaamd ' melkglasoog '. Ook HCC komt door de goede vaccinatie bijna niet meer voor.
Kennelhoest
Kennelhoest is een ernstige ontsteking van de voorste luchtwegen inclusief de luchtpijp. Het kan veroorzaakt worden door het virus para-influenza of door de bacterie bordetella bronchiseptica of
door een combinatie van die twee.
Zieke dieren krijgen een kenmerkende schraaphoest en in ernstige gevallen kan het overgaan in een longontsteking. Kennelhoest is een zeer besmettelijke ziekte die vaak voorkomt. Het ziekte beeld kan variëren van een milde infectie die vanzelf weer overgaat tot ernstig ziek zijn waarbij de voorste luchtweg infectie kan overgaan in een levensbedreigende longontsteking. Vaccinatie geeft geen volledige bescherming maar als de hond ermee besmet wordt dan zijn de symptomen milder, die ziekte duur is korter en de verspreiding van de ziektekiemen is veel minder. Worden dieren toch ernstig ziek dan kunnen de honden met antibiotica en hoestonderdrukkers in het algemeen goed beschermd worden tegen gevaarlijke complicaties.
Rabies of hondsdolheid
Hondsdolheid is een virusinfectie van de hersenen die ook uiterst gevaarlijk is voor de mens. Voor de mens geldt: Na besmetting via een beet van een besmet dier is er eerst een incubatie tijd (d.i. de tijd tussen besmetting en ziek worden) die afhangt van de plaats van de beet, hoe verder van de hersenen af, hoe langer het duurt. In die tijd reist het virus via de zenuwbanen naar de hersenen.
Deze tijd kan gebruikt worden om de patient alsnog te behandelen (vaccineren en antistoffen geven). Gebeurt dit niet of te laat dan wordt het slachtoffer na verloop van tijd ziek, krijgt krampen en verlammingsverschijnselen en overlijdt op een vreselijke manier. In Nederland komt deze ziekte niet meer voor maar wereldwijd overlijden nog steeds meer dan 50.000 mensen per jaar aan rabiës.
Gaat een hond dus op reis naar het buitenland dan is altijd een rabiës vaccinatie, die uitstekende bescherming biedt, verplicht.
Bijwerkingen en risico's van vaccinaties.
-er is altijd het risico dat een vaccinatie niet aanslaat, oftewel dat het dier niet genoeg antilichamen produceert. Dit kan door veel verschillende oorzaken, afhankelijk van de gezondheidsstatus van de hond. De bekendste is als een puppy nog te veel antilichamen van moeder bij zich heeft waardoor het vaccin na inbrengen onmiddellijk wordt geneutraliseerd. Mede om die reden worden pups een aantal keer gevaccineerd.
-prikkeling van het immuunsysteem door het vaccin waardoor de hond ziek kan worden met koorts en algemeen niet lekker zijn.
-tijdelijk wordt het immuunsysteem na een vaccinatie even beziggehouden waardoor er als het ware even minder “aandacht“ is voor een infectie die tegelijkertijd al aanwezig is waardoor deze infectie de kop kan opsteken.
-allergische reactie na vaccinatie.
-lokale reactie met ontsteking op de plaats van vaccinatie tot gevolg.
Cijfers over aantallen bijwerkingen variëren maar zijn zeer beperkt in eigenlijk alle onderzoeken.
Vooral verhalen op internet over de gevaren van vaccineren zijn vaak ernstig overtrokken.
Verbanden tussen vaccineren en later ontstane ziekten blijken meestal achteraf na wetenschappelijk onderzoek niet te kloppen.
Leeftijd hond
vaccin
6 weken
Parvo, hondenziekte
9 weken
Parvo, weil
12 weken
Hondenziekte, parvo, weil,HCC, Pi, (de cocktail)
Iedere 3 jaar vanaf 1 jaar
Cocktail
Ieder jaar vanaf 2 jaar
Weil, Pi
Kennelhoest vaccinatie wordt geadviseerd vanaf 9 weken en daarna ieder jaar vooral in geval van verhoogde kans op besmetting. Dit is in het algemeen zo als uw hond met andere honden in aanraking komt (bijv. bij een puppy cursus, kennel, uitlaatservice, opname in een dierenkliniek).
Rabies of hondsdolheid wordt geadviseerd vanaf de leeftijd van 3 maanden iedere 3 jaar en is verplicht als de hond op reis gaat.
Dus wanneer vaccineren?
Op basis van het bovenstaande wordt per patiënt een afweging gemaakt of en welke vaccinatie aangeraden wordt. Bij deze afweging wordt tegenwoordig soms gebruik gemaakt van een zogenaamde titerbepaling. Daarbij wordt door middel van een bloedonderzoek bekeken of er nog antilichamen in het bloed aanwezig zijn en of vaccinatie al nodig is. Dit is alleen mogelijk bij parvo, hondenziekte en HCC, en de huidige test kit's voor deze bepaling zijn nog onbetrouwbaar. In 20% van de uitslagen blijkt er namelijk een vals positieve uitslag te zijn als de hond geen antistoffen meer heeft. Dus bij 1 op de vijf onderzochte honden die geen antistoffen meer hebben geeft de uitslag van de test aan dat de hond beschermd is, terwijl de hond dus feitelijk onbeschermd is. Dit betekent dat op dit moment de test eigenlijk alleen veilig gebruikt kan worden om te meten of een vaccinatie is aangeslagen maar niet om te bepalen of een hond nog beschermd is.
Alles bij elkaar heeft dit geleid tot een door de meeste dierenartsen gehanteerd vaccinatie advies :


Frank Schipper
dierenarts bij dierenkliniek de Zuiderdracht te Oosterblokker.
September 2013
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu