Doping Rules - FBMC Race Site

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Doping Rules

Rules
Anti-Doping Regels 2015
(Human sporters)
Versie september 2015 op basis van de 2015 WADA-code en de Model regel versie 3.0 en het
Decreet van 25 mei 2012 betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport ("het Antidopingdecreet ")
Gecoördineerde versie met wijzigingen aangebracht bij decreet van 19 december 2014
INTRODUCTIE

Voorwoord

Deze Anti-Doping Regels zijn sport regels voor de voorwaarden waaronder de sport wordt beoefend.
Beginselen inzake de preventie en bestrijding van dopingpraktijken
FBMC, sporters, begeleiders en sportverenigingen zetten zich in voor de preventie en de bestrijding van dopingpraktijken in de sport, met het oog op de uitbanning daarvan.

Het doel van de preventie van dopingpraktijken in de sport is het bewust of onbewust gebruik van verboden stoffen of methoden door sporters te voorkomen.
FBMC en alle sportverenigingen zullen hiertoe de sporters en begeleiders actuele en nauwkeurige informatie bezorgen over minstens de volgende onderwerpen :

  1. de verboden stoffen en verboden methodes;
  2. dopingpraktijken;
  3. de gevolgen van dopingpraktijken op medisch en sociaal vlak, met inbegrip van de mogelijke sancties;
  4. de dopingcontroleprocedures;
  5. de rechten en plichten van sporters en begeleiders;
  6. de mogelijkheid tot het verkrijgen wegens therapeutische noodzaak van een toestemming tot rechtmatig gebruik van een verboden stof of een verboden methode;
  7. de risico's van het gebruik van voedingssupplementen;
  8. de sport ethische gevolgen van dopingpraktijken.
  9. de toepasselijke verplichtingen op het vlak van de verblijfsgegevens en actuele en accurate informatie over de rechten van verdediging en bescherming van persoonsgegevens.

Alle sporters, begeleiders en sportverenigingen moeten zich op elk moment onthouden van dopingpraktijken.

De bepalingen van dit reglement zijn opgesteld in overeenstemming met de bepalingen van de Code en de Internationale Standaarden, het IFSS anti doping reglement en met de gecoördineerde versie met wijzigingen aangebracht bij decreet van 19 december 2014 van het Vlaams Decreet van 25 mei 2012 betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport ("het Antidopingdecreet "), inclusief de commentaren bij de artikelen en moeten geïnterpreteerd worden in overeenstemming met de Code en de Internationale Standaarden.
De maatregelen inzake de bestrijding van dopingpraktijken dienen in overeenstemming te zijn met de Code en de Internationale Standaarden of het Antidopingdecreet.

Toepassingsgebied
De bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op elke sporter, begeleider en op elke sportvereniging aangesloten bij FBMC of die dit reglement heeft aanvaard omwille van deelname aan een evenement georganiseerd door of onder toezicht van FBMC als vermeld in dit Antidopingreglement die op het moment dat hij of zij een vermeende dopingpraktijk als vermeld in artikels 2.1 tot en met 2.10 van voormeld reglement pleegde, of op het moment dat hij of zij in kennis wordt gesteld van het feit dat hij of zij zal vervolgd worden voor een vermeende dopingpraktijk.

Fundamentele reden voor de Code en de FBMC's Anti-Doping Regels
Anti-doping programma's proberen te behouden wat intrinsiek en waardevol is voor de sport. Deze intrinsieke waarde wordt vaak aangeduid als "de geest van de sport". Het is de essentie van de Olympische gedachte, het streven van de menselijke excellentie door de toegewijde perfectie van ieders natuurlijke talenten. Het is hoe we het uiten. De geest van de sport is de viering van de menselijke geest, lichaam en geest, en komt tot uiting in de waarden die we in en de sport vinden, met inbegrip van:

  • Ethiek, fair play en eerlijkheid
  • Gezondheid
  • Excelleren in de prestaties
  • De persoonlijke ontwikkeling en opvoeding
  • Plezier en vreugde
  • Teamwork
  • Toewijding en inzet
  • Respect voor regels en wetten
  • Respect voor zichzelf en andere deelnemers
  • Moed
  • Groepsgeest en solidariteit

Doping is fundamenteel in strijd met de geest van de sport.

Reikwijdte van deze Anti-Doping Regels

Zij gelden ook voor de volgende, sporters, sporter ondersteunend personeel en andere personen,van wie elk wordt geacht, als voorwaarde voor zijn / haar lidmaatschap, van accreditatie en/of deelname aan de sport, te hebben ingestemd met de verbintenis van deze Anti-Doping regels, en zich te hebben onderworpen aan het gezag van FBMC om deze Anti-Doping Regels te handhaven en aan de jurisdictie van de bevoegde instantie bedoeld in artikel 8 en artikel 13 te hebben onderworpen om verhoord te worden, de zaken te bepalen en de hoger beroep voorzieningen zoals voorzien in deze Anti-doping regels toe te passen.

    1. alle sporters en sporter begeleidend personeel, clubs, teams, verenigingen of competities op enigerlei wijze verbonden met FBMC.
    2. alle sporters en sporters begeleidend personeel die deelnemen in die hoedanigheid in evenementen, wedstrijden en andere activiteiten georganiseerd, bijeengeroepen, geautoriseerd of erkend door FBMC.
    3. alle andere sporters of sporters ondersteunend personeel of andere persoon die uit hoofde van een accreditatie, een licentie of andere contractuele overeenkomst, of anderszins, is onderworpen aan de jurisdictie van fbmc,
    4. Sporters die geen lid zijn van FBMC, maar die in aanmerking willen komen om deel te nemen in een bepaald nationaal of internationaal evenement, geheel of gedeeltelijk georganiseerd of ondersteund door de FBMC, moeten dit reglement aanvaarden door persoonlijk de in Bijlage 3 van dit reglement toestemming-formulier  te ondertekenen, in de actuele vorm door de FBMC Raad goedgekeurd. Alle formulieren van minderjarige aanvragers moeten mede ondertekend worden door hun wettelijke voogden.
B. Nationaal niveau elite sporters (FBMC)
Binnen de algemene pool van sporters hierboven uiteengezet die gebonden zijn door en dienen te voldoen aan deze Anti-doping regels, worden de volgende sporters beschouwd als zijnde nationaal niveau elite sporters, en zodoende rechtstreeks onder de antidoping jurisdictie van de FBMC vallen.

Sporters met de volgende ranking :Zoals gedefinieerd in het Decreet van 25 mei 2012 betreffende de preventie en bestrijding van doping in de sport ("het Antidopingdecreet ") elitesporter van nationaal niveau: elke sporter van wie de internationale federatie de Code ondertekend heeft en deel uitmaakt van de olympische of paralympische beweging of erkend is door het Internationaal Olympisch Comité of Internationaal Paralympisch Comité of lid is van Sport Accord, die geen elitesporter van internationaal niveau is, en die aan een of meer van de volgende criteria voldoet:

  • hij neemt regelmatig deel aan internationale wedstrijden van hoog niveau;
  • hij beoefent zijn sportdiscipline als voornaamste bezoldigde activiteit, in de hoogste categorie of de hoogste nationale competitie van de betreffende discipline;
  • hij is geselecteerd voor of heeft in de voorbije twaalf maanden deelgenomen aan een of meer van de volgende evenementen in de hoogste elite competitiecategorie van de desbetreffende discipline: Olympische Spelen, Paralympische Spelen, wereldkampioenschappen, Europese kampioenschappen;
ARTIKEL 1 DEFINITIE VAN DOPING
Doping wordt gedefinieerd als het optreden van één of meer overtredingen op de Anti-doping regels uiteengezet in artikel 2.1 tot en met artikel 2.10 van deze Anti-doping regels.
ARTIKEL 2 Anti-doping regels OVERTREDINGEN
Het doel van artikel 2 is om de omstandigheden en gedrag bij Anti-doping regels overtredingen vorm te geven.
Hoorzittingen in geval van doping zal doorgaan op basis van de stelling dat één of meer van deze specifieke regels zijn overtreden. Het is de sporters of andere personen om te weten wat een doping overtreding vormt en de stoffen en methoden die zijn opgenomen in de verboden Lijst te kennen.

Wordt beschouwd als antidopingregels overtredingen:

2.1    De aanwezigheid van een verboden stof of van afbraak producten of markers in een sporter zijn steekproef

2.1.1 Het is aan elke sporter de persoonlijke plicht om te garanderen dat er geen verboden stof in zijn of haar lichaam komt. Sporters zijn verantwoordelijk voor elke verboden stof of van afbraak producten of markers aangetroffen in hun monsters. Daarom is het niet noodzakelijk dat de bedoeling, fout, nalatigheid of bewust gebruik van de sporter dient aangetoond te worden om een anti-doping regel overtreding te begaan op grond van artikel 2.1
[Commentaar bij artikel 2.1.1: Een anti-doping regel overtreding op grond van dit artikel begaan zonder rekening te houden van een sporter fout. Deze regel is bedoeld in de verschillende CAS/TAS beslissingen als "risico aansprakelijkheid". Bij een sporter fout wordt rekening gehouden bij het bepalen van de gevolgen van deze dopingpraktijk op grond van artikel 10. Dit principe is consequent gesteund door CAS/TAS.]

2.1.2 Voldoende bewijs van een dopingpraktijk op grond van artikel 2.1 wordt vastgesteld door één van de volgenden:

  1. de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter, waarbij de sporter geen analyse vraagt van het B-monster en het B-monster niet wordt geanalyseerd;
  2. de analyse van het B-monster bevestigt de aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan in het A-monster van de sporter;
  3. het B-monster wordt verdeeld over twee flessen en de analyse van de tweede fles bevestigt de aanwezigheid van de verboden stof of metabolieten of markers ervan in de eerste fles;
[Commentaar bij artikel 2.1.2: De ADO met de resultaten en management verantwoordelijkheid kan, naar eigen goeddunken, kiezen om het B-staal te laten analyseren, zelfs als de sporter de analyse van het B staal niet vraagt.]

2.1.3 met uitzondering van de stoffen waarvoor in de verboden lijst specifiek een kwantitatieve limiet is opgegeven, vormt de aanwezigheid van om het even welke hoeveelheid van een verboden stof of metaboliet of marker ervan in een monster van een sporter een dopingpraktijk

2.1.4 Als uitzondering op de algemene regel van artikel 2.1, kan de verboden lijst of de Internationale Standaard bijzondere criteria vaststellen voor de beoordeling van verboden stoffen die ook door het lichaam kunnen aangemaakt worden;

2.2    Het gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of een verboden methode door een sporter .
[Commentaar bij artikel 2.2: Het is altijd het geval geweest dat het gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of verboden methode kon worden vastgesteld op een betrouwbare manier. Zoals vermeld in de reactie van artikel 3.2, in tegenstelling tot de vereiste om een anti-doping regel overtreding vast te stellen op grond van artikel 2.1, het gebruik of poging tot gebruik kan ook worden vastgesteld door andere betrouwbare middelen zoals bekentenis van de sporter, getuigen verklaringen, bewijsstukken, conclusies getrokken uit longitudinale profilering, met inbegrip van gegevens verzameld in het kader van de sporter biologisch paspoort of andere analytische informatie die anders niet voldoet aan alle eisen om de "Aanwezigheid" van een verboden stof te bewijzen op grond van artikel 2.1. Zo kan gebruik worden vastgesteld op basis van betrouwbare analytische gegevens uit de analyse van een A staal (zonder bevestiging van een analyse van een B-staal), of uit de analyse van een B-staal alleen waar de ADO een bevredigende verklaring biedt voor het ontbreken van een bevestiging van het ander staal.]

2.2.1 Het is elke sporter de persoonlijke plicht om ervoor te zorgen dat er geen verboden substantie in zijn of haar lichaam terecht komt en dat geen verboden methode wordt gebruikt. Derhalve is het niet noodzakelijk dat de bedoeling, fout, nalatigheid of bewust gebruik op de sporter deel word aangetoond om een dopingpraktijk vast te stellen.

2.2.2 Gebruik van een verboden stof of een verboden methode.
Het succes of falen van het gebruik of poging tot gebruik van een verboden stof of verboden methode is niet doorslaggevend. Het gebruik of een poging tot het gebruik van een verboden stof of verboden methode is al voldoende om een doping regel overtreding te begaan.
[Commentaar bij artikel 2.2.2: Het aantonen van de "poging tot gebruik" van een verboden stof of een verboden methode vereist een bewijs van opzet op het deel van de sporter. Het feit dat de bedoeling kan worden verplicht om deze bijzondere anti-doping regel overtreding te bewijzen doet geen afbreuk aan de strikte aansprakelijkheid principe vastgesteld voor overtredingen van artikel 2.1 en overtredingen van artikel 2.2 met betrekking tot het gebruik van een verboden stof of verboden methode. Het "gebruik" van een verboden stof vormt een Anti-doping regel overtreding, tenzij deze stoffen niet verboden is buiten competitie en de sporter gebruik plaatsvindt buiten competitie. (Echter, de aanwezigheid van een verboden stof of haar metabolieten of markers in een staal verzameld in-competitie is een schending van artikel 2.1, ongeacht wanneer die stof zou zijn toegediend).]

2.3    Ontwijken, het weigeren of niet in slagen om aan een staal afname te voldoen.
Het ontwijken of zonder geldige rechtvaardiging weigeren of zich niet beschikbaar stellen aan een staal neming na kennisgeving zoals vermeld in deze Anti-doping regels of andere toepasselijke Anti-doping regel..
[Commentaar bij artikel 2.3: Bijvoorbeeld, het zou een dopingpraktijk van "ontwijken van een staal neming" zijn als er word vastgesteld dat een sporter bewust een officiële dopingcontrole kennisgeving of test ontwijkt. Een overtreding van het "zich niet te onderwerpen aan staal neming" kan gebaseerd zijn op zowel opzettelijk of nalatig gedrag van de sporter, terwijl "ontwijken" of "weigeren" van een staal neming overwegend opzettelijk gedrag van de sporter is.]

2.4    Whereabouts mislukkingen
Elke combinatie van drie gemiste dopingtests en/of aangifte verzuim, zoals gedefinieerd in de International Standaard voor testen en onderzoeken, binnen een periode van twaalf maanden.

2.5    Bedrog of poging tot bedrog met enig deel van de dopingcontrole.
Gedrag dat het doping controle proces ondermijnt, maar die anders niet zou worden opgenomen in de definitie van verboden methoden. Bedrog omvat zonder beperking, het plegen van bedrog, of de poging daartoe, bij om het even welk onderdeel van de dopingcontrole, inclusief maar niet beperkt tot het intentioneel hinderen of de poging tot hinderen van een controlearts, bedrieglijke informatie verschaffen of het intimideren of de poging tot intimidatie van een potentiële getuige;
[Commentaar bij artikel 2.5: bijvoorbeeld dit artikel zou verbieden dat identificatie nummers op een Dopingcontrole formulier tijdens het testen worden veranderd, het breken van het B-flesje ten tijde van de B-staal analyse, of wijzigen van een staal door de toevoeging van een vreemde stof. Beledigend gedrag jegens een dopingcontrole ambtenaar of een andere persoon die bij de dopingcontrole hoort die anders niet sabotage zou vormen, worden behandeld in de disciplinaire regels van sportorganisaties.]

2.6    Het bezit van een verboden stof of een verboden methode.

2.6.1 In het bezit zijn door een sporter in-competitie van een verboden stof of verboden methode, of in het bezit zijn door een sporter buiten competitie van enige verboden stof of verboden methode die wordt verboden buiten competitie, tenzij een sporter kan staven dat dit consistent is met een vrijstelling voor therapeutisch gebruik ("TTN"), verleend in overeenstemming met artikel 4.4 of andere aanvaardbare rechtvaardiging.

2.6.2 Het bezit door een sporter ondersteunend persoon in-competitie van verboden stof of verboden methode, of het bezit door een sporter ondersteunend persoon buiten competitie van enige verboden stof of verboden methode die verboden is buiten wedstrijd in verband met een sporter, wedstrijd of training, tenzij de sporter ondersteunend persoon kan bewijzen dat dit consistent is met een TTN verleend aan een sporter in overeenstemming met artikel 4.4 of andere aanvaardbare rechtvaardiging
[Commentaar op de artikelen 2.6.1 en 2.6.2: Aanvaardbare rechtvaardiging zou niet omvatten, bijvoorbeeld, kopen of bezitten van een verboden stof ten behoeve van het geven aan een vriend of familielid, behalve onder gerechtvaardigde medische omstandigheden waarin die persoon een dokter voorschrift heeft, bijvoorbeeld, kopen van insuline voor een diabetische kind.]
[ Commentaar bij artikel 2.6.2: aanvaardbare rechtvaardiging zou omvatten, bijvoorbeeld, een team arts die verboden stoffen voor het omgaan met acute en noodsituaties]

2.7    Handel of de poging tot handel in een verboden stof of verboden methode;

2.8    Toediening of Poging tot toediening:
Het toedienen of een poging tot toediening aan een sporter binnen wedstrijdverband van een verboden stof of verboden methode, of toediening of poging tot toediening aan een sporter buiten wedstrijdverband van enige verboden stof of verboden methode die verboden is buiten wedstrijdverband.
2.9    Medeplichtigheid
Het meewerken, aanmoedigen, helpen, aanzetten tot, samenzweren, verbergen of om het even welke andere vorm van opzettelijke medeplichtigheid die een doping regel overtreding inhoudt, een poging tot het overtreden van een doping regel of een schending van artikel 10.12.1 door een andere persoon;

2.10    Verboden Samenwerking
Onder verboden samenwerking wordt verstaan: de professionele of sportgerelateerde samenwerking van een sporter of begeleider met een begeleider die aan een van de volgende criteria voldoet.

2.10.1 De begeleider is uitgesloten van deelname aan sportactiviteiten;
De samenwerking is verboden gedurende de periode van uitsluiting.

2.10.2 De begeleider is niet uitgesloten van deelname aan sportactiviteiten conform de Code, maar hij is in een burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtprocedure veroordeeld, tucht rechtelijk of in een professionele procedure betrokken door zijn gedrag die in een disciplinaire procedure conform de Code zou worden beschouwd als een dopingpraktijk;
De samenwerking is verboden voor een periode van zes jaar vanaf de strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke uitspraak of voor de periode van de opgelegde strafrechtelijke, burgerrechtelijke of tuchtrechtelijke sanctie, als deze laatste langer is dan zes jaar.

2.10.3 De begeleider die optreed als eerste aanspreekpunt of tussenpersoon voor een persoon als vermeld in artikel 2.10.1 en 2.10.2.
De samenwerking is verboden gedurende de periode dat het de persoon waarvoor de tussenpersoon optreedt, verboden is samen te werken met de sporter.

Voor de toepassing van deze bepaling is het noodzakelijk dat

  1. de sporter of begeleider vooraf schriftelijk op de hoogte is gebracht van de diskwalificerende status van de begeleider en de mogelijke gevolgen van de verboden samenwerking, en
  2. dat de sporter of begeleider de samenwerking redelijkerwijze kan vermijden.

Het eerste lid, 2.10, is ook van toepassing op de samenwerking met begeleiders die veroordeeld zijn voor feiten die voor 1 januari 2015 strafbaar waren, en nog niet verjaard zijn.
Het is aan de sporter of begeleider om aan te tonen dat de samenwerking met de begeleider, vermeld in het eerste lid, 2.10.1 of 2.10.2, niet professioneel of sportgerelateerd is.
[Commentaar bij artikel 2.10: sporters en andere personen mogen niet werken met coaches, trainers, artsen of andere sporter ondersteunend personeel die in aanmerking komen op grond van een anti-doping regel overtreding of die strafrechtelijk zijn veroordeeld of professioneel gedisciplineerd met betrekking tot doping. Enkele voorbeelden van de soorten van associaties die verboden zijn: het verkrijgen van training, strategie, techniek, voeding of medisch advies; het verkrijgen van therapie, behandeling of voorschriften verstrekken, het feit om een lichamelijk product voor analyse af te geven; of het feit dat de sporter de ondersteunend persoon toestaat dat deze optreed als agent of vertegenwoordiger. Een verboden samenwerking hoeft geen betrekking te hebben met enige vorm van compensatie.]
ARTIKEL 3 BEWIJS VAN DOPING

3.1    Lasten en normen van bewijs
Het bewijs van een dopingpraktijk moet geleverd worden door de FBMC. De bewijsstandaard is meer dan een afweging van waarschijnlijkheid, maar minder dan een bewijs boven redelijke twijfel.
Als de sporter of begeleider een vermoeden moet weerleggen of specifieke feiten en omstandigheden moet bewijzen, is de bewijsstandaard een afweging van waarschijnlijkheid.
[Commentaar bij artikel 3.1:. Deze norm van bewijs moet worden voldaan door de bevoegde instantie vergelijkbaar met de norm die wordt toegepast in de meeste landen om gevallen van beroepsfout]

3.2    Methoden van de vaststelling van feiten en vermoedens
Feiten met betrekking tot een dopingpraktijk kunnen met alle middelen van recht worden vastgesteld, inclusief bekentenissen, getuigenverklaringen, documenten, conclusies uit de analyse van het biologisch paspoort of analyses die op zich niet volstaan om een dopingpraktijk.
[Commentaar bij artikel 3.2: Zo kan de bevoegde instantie een anti-doping regel overtreding bewijzen op grond van artikel 2.2 op basis van de sporter opnames, de geloofwaardige getuigenis van derde personen, betrouwbare bewijsstukken, betrouwbare analytische gegevens van ofwel een A- of B-staal zoals voorzien in de commentaren aan artikel 2.2, of conclusies getrokken uit het profiel van een serie van de sporter bloed of urine monsters, zoals gegevens van de sporter biologisch paspoort.]

3.2.1 Analytische methoden of beslissingslimieten die door het WADA zijn goedgekeurd na overleg met de desbetreffende wetenschappelijke gemeenschap en die zijn onderworpen aan collegiale toetsing, worden verondersteld wetenschappelijk geldig te zijn.

3.2 .2 De door het WADA geaccrediteerde of goedgekeurde laboratoria worden vermoed de analyses van monsters en de bewaarprocedures te hebben uitgevoerd in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria. De sporter kan dat vermoeden weerleggen door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria heeft plaatsgevonden die redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt.
Als de sporter het vermoeden weerlegt door aan te tonen dat een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria redelijkerwijs het afwijkende analyseresultaat kan hebben veroorzaakt, moet de bevoegde instantie aantonen dat die afwijking het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt;
[Commentaar bij artikel 3.2.2: De bewijslast ligt op de Sporter of andere Persoon,om aan te tonen, op een balans van waarschijnlijkheid, dat er een afwijking van de Internationale Standaard voor Laboratoria gebeurt is die redelijkerwijs de nadelige analytische bevinding kan hebben veroorzaakt. Indien de Sporter of andere Persoon de last verschuift naar de bevoegde instantie, het dan terug aan de bevoegde instantie is om aan te tonen, tot tevredenheid van de hoorzitting panel dat de afwijking niet tot het Belastende Analyseresultaat heeft geleid.]

3.2.3 Onregelmatigheden die niet tot een afwijkend analyseresultaat of een andere dopingpraktijk hebben geleid, maken dergelijke resultaten of bewijs niet ongeldig. Als de sporter of begeleider aantoont dat een onregelmatigheid redelijkerwijs geleid heeft tot het vaststellen van een dopingpraktijk op basis van een afwijkend analyseresultaat of een andere dopingpraktijk, moet de bevoegde instantie aantonen dat die onregelmatigheid het afwijkende analyseresultaat niet heeft veroorzaakt of niet de feitelijke basis is voor de vastgestelde dopingpraktijk;
.
3.2.4 Feiten die worden aangetoond op grond van een beslissing van een rechtbank of een bevoegd professioneel disciplinair orgaan waartegen geen beroepsprocedure loopt, vormen een onweerlegbaar bewijs van de feiten tegen de sporter of begeleider waarop de beslissing betrekking heeft, tenzij de sporter of begeleider aantoont dat de beslissing de principes van eerlijke rechtsbedeling schendt;

3.2.5 De commissie die optreedt in een hoorzitting over een dopingpraktijk, mag een negatieve gevolgtrekking maken ten aanzien van een sporter of begeleider die wordt beschuldigd van de dopingovertreding op basis van zijn weigering, nadat hij daarvoor redelijke tijd op voorhand is opgeroepen, om te verschijnen tijdens de zitting, hetzij persoonlijk of telefonisch, zoals opgedragen door de commissie, en de vragen van de commissie of de bevoegde instantie die de dopingovertreding ten laste legt, te beantwoorden.
ARTIKEL 4 bis TTN - TUE - AUT

4.4    Vrijstellingen voor therapeutisch gebruik ("TTN")
Een TTN-aanvraag kan door een sporter maar bij één instantie worden ingediend.

4.4.1 De aanwezigheid van een verboden stof of metabolieten of markers ervan, en het gebruik of de poging tot gebruik, bezit of toediening of de poging tot toediening van een verboden stof of methode is geen dopingpraktijk als voor het gebruik van die verboden stoffen of methoden, op grond van therapeutische noodzaak, een TTN gegeven is in overeenstemming met de Code.
In afwijking van het vorige lid, volstaat voor minderjarige breedte sporters een doktersattest in plaats van een TTN.

4.4.2 De internationale elitesporter die een TTN wil, moet die aanvragen bij zijn internationale federatie.
De breedtesporter en de elitesporter die geen internationale elitesporter is, dient een TTN- aanvraag in bij zijn NADO. Als er discussie is over welke NADO bevoegd is voor een bepaalde TTN-aanvraag, oordeelt het WADA.
ARTIKEL 7 RESULTATEN BEHEER

7.1 Verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van Resultaten beheer

7.1.1 De omstandigheden waarin de FBMC de verantwoordelijkheid neemt voor het uitvoeren van het resultaten beheer in verband met een anti-dopingregels overtreding van de sporters en andere personen die onder haar bevoegdheid, worden bepaald op basis van en in overeenstemming met artikel 7 van het reglement.

7.1.2 FBMC Anti-Doping Comité benoemt voor elke gelegenheid een hoorzitting instantie van drie personen, bestaande uit een voorzitter en twee leden.

7.2 Herziening van Belastende Analyseresultaten van tests op initiatief van de bevoegde instantie
Resultaten management ten aanzien van de resultaten van de tests geïnitieerd door de bevoegde instantie (met inbegrip van tests uitgevoerd door het WADA conform een overeenkomst met de IFSS), gaat als volgt te werk:

7.2.1 De resultaten van alle analyses moeten onder gecodeerde vorm worden gericht aan de bevoegde instantie, in een rapport door een gemachtigde vertegenwoordiger van het laboratorium ondertekend. Alle communicatie moet vertrouwelijk en in overeenstemming met ADAMS worden uitgevoerd.

7.2.2 Na ontvangst van een belastend analyse resultaat, zal de organisatie die de analyse heeft besteld een beoordeling uitvoeren om te bepalen of:
  1. een toepasselijke TTN is verleend of zal worden verleend zoals voorzien in de Internationale Standaard voor vrijstellingen voor therapeutisch gebruik, of
  2. er een duidelijke afwijking is van de Internationale Standaard voor het testen en onderzoeken of de Internationale Standaard voor Laboratoria die een Belastende Analyse resultaat veroorzaakt

7.2.3 Als de herziening van een ongunstige analyse op grond van artikel 7.2.2 een toepasselijke TTN onthult of een afwijking van de internationale norm voor het testen en onderzoeken op de Internationale Standaard voor Laboratoria die een belastende analyse resultaat veroorzaakt, moet de hele test als negatief worden beschouwd en de sporter, de sporter's NADO en het WADA moeten zodanig worden geïnformeerd.

7.3    Kennisgeving na het onderzoek met betrekking tot laboratoriumafwijkingen

7.3.1 Als de herziening van een belastend analyse resultaat op grond van artikel 7.2.2 geen toepasselijke TTN onthult of geen genot van een TTN zoals voorzien in de Internationale Standaard voor vrijstellingen voor therapeutisch gebruik voorziet, of geen afwijking uit de Internationale Standaard voor het testen en onderzoeken of de Internationale Standaard voor laboratoria die een Belastende Analyse resultaat veroorzaakt:, zal de FBMC onverwijld de sporter en tegelijkertijd de sporter NADO en WADA op de hoogte stellen, op de wijze als in artikel 14.1 ingesteld, van
  1. het afwijkend analyse resultaat;
  2. de antidoping regel(s) overtreding(en);
  3. het recht van de sporter om meteen de analyse van het B-staal te vragen of, bij gebreke van dergelijk verzoek, dat het B staal analyse kan worden beschouwd als afgezien;
  4. de geplande datum, tijd en plaats voor de B staal analyse als de sporter of de bevoegde instantie kiest voor een analyse van het B-staal te vragen;
  5. de mogelijkheid voor de sporter en/of de sporter vertegenwoordiger om bij het openen van het B-staal en analyse in overeenstemming met de Internationale Standaard voor Laboratoria indien die analyse wordt gevraagd bij te wonen; en
  6. het recht van de sporter om kopieën van het A en B-staal en het laboratorium documentatie pakket dat informatie bevat zoals vereist door de Internationale Standaard voor Laboratoria te vragen

Als de bevoegde instantie beslist om een belastend analyse resultaat als een anti-dopingregels overtreding niet naar voren te brengen, stelt hij de te sporter, de sporter Nationale Federatie, de sporter's NADO en WADA daarvan op de hoogte.

7.3.2 Op verzoek van de sporter of de bevoegde instantie, worden afspraken gemaakt om het te analyseren B-staal in overeenstemming met de internationale norm voor Laboratoria. Een sporter kan de A staal analyseresultaten accepteren door af te zien van de eis voor het B-staal analyse. De bevoegde instantie kan toch kiezen om verder te gaan met het B-staal analyse.

7.3.3 De sporter en/of zijn vertegenwoordiger mogen aanwezig zijn bij de analyse van het B-staal. Ook een vertegenwoordiger van de FBMC mogen aanwezig zijn.

7.3.4 Als het B-staal de analyse van het A staal analyse niet bevestigd, dan (tenzij de FBMC de zaak naar voren brengt als een anti-dopingregels overtreding op grond van artikel 2.2), zal de hele test als negatief worden beschouwd en de sporter, de sporter's NADO en het WADA zullen als zodanig worden geïnformeerd.

7.3.5 Als het B-staal analyse het A staal analyse bevestigt, zullen de bevindingen worden gerapporteerd aan de sporter, de sporter's NADO en aan het WADA.

7.4    Beoordeling van atypische bevindingen

7.4.1 Zoals in de Internationale Standaard voor Laboratoria, in sommige gevallen worden laboratoria de opdracht gegeven om de aanwezigheid van verboden stoffen te melden, die ook endogeen worden geproduceerd, namelijk als Atypische Resultaat vaststellingen, dit wilt zeggen dat er nader onderzoek dient verricht te worden.

7.4.2 Na ontvangst van een Atypisch Resultaat moet de FBMC een beoordeling uitvoeren om te bepalen of:
  1. een toepasselijke TTN werd verleend of zal worden verleend zoals voorzien in de Internationale Standaard voor vrijstellingen voor therapeutisch gebruik, of
  2. Er geen duidelijke afwijking van de Internationale Standaard voor het testen en onderzoeken of van de Internationale Standaard voor Laboratoria het Atypische Resultaat heeft veroorzaakt.

7.4.3 Als de herziening van een Atypisch Resultaat op grond van artikel 7.4.2 een toepasselijke TTN onthult of een afwijking van de Internationale Standaard voor het testen en onderzoeken of van de Internationale Standaard voor Laboratoria die het Atypische Resultaat heeft veroorzaakt vaststelt, wordt de hele test ongeldig beschouwd, en moeten de sporter, de sporter's NADO en het WADA als zodanig worden geïnformeerd.

7.4.4 Als dat onderzoek niet een toepasselijke TTN of een afwijking onthult van de Internationale Standaard voor het testen en onderzoeken of van de Internationale Standaard voor Laboratoria die het Atypische Resultaat weergeeft, zal de bevoegde instantie de vereiste onderzoek uitvoeren of doen worden uitgevoerd. Nadat het onderzoek is afgerond, zal het Atypische Resultaat  naar voren worden gebracht als een belastend analyse resultaat in overeenstemming met artikel 7.3.1, of anders wordt de sporter, de sporter's NADO en WADA medegedeeld dat de Atypische resultaat niet naar voren zal worden gebracht als een belastend analyse resultaat.

7.4.5 De bevoegde instantie zal geen kennisgeving doen van een Atypische Resultaat totdat zij haar onderzoek heeft afgerond en heeft besloten of het Atypische resultaat naar voren zal gebracht worden als een belastend analyse resultaat, tenzij een van de volgende omstandigheden bestaat:

7.4.5.1 Als de bevoegde instantie bepaalt dat het B-staal moet geanalyseerd worden vóór het sluiten van haar onderzoek, kan het B-staal analyse uitgevoerd worden na kennisgeving aan de sporter, met een degelijke beschrijving van het Atypische Resultaat en een beschrijving en de informatie zoals beschreven in artikel 7.3.1 (d) - (f)

7.4.5.2 als de bevoegde instantie wordt gevraagd
  1. door een evenement organisatie kort voor een van haar georganiseerde Internationale Evenementen, of
  2. door een sportorganisatie die verantwoordelijk is voor het voldoen aan een nakende deadline voor de selectie van teamleden voor een internationaal evenement, om bekend te maken of elke sporter geïdentificeerd op een lijst voorzien door de Major Evenement Organisatie of sportorganisatie een hangende Atypisch Resultaat heeft.

De bevoegde instantie zal alle sporters in die situatie identificeren nadat eerst de Major Evenement Organisatie of sportorganisatie te hebben geadviseerd van het Atypische Resultaat van de sporter.

7.5 Beoordeling van Atypische paspoort bevindingen en afwijkend Paspoort Bevindingen
Beoordeling van Atypische paspoort bevindingen en afwijkend paspoort bevindingen zal plaats vinden zoals voorzien in de internationale norm voor het testen en onderzoeken en de Internationale Standaard voor Laboratoria. Op het moment dat de bevoegde instantie ervan overtuigd is dat een anti-dopingregels overtreding heeft plaats gevonden, zal het onmiddellijk de sporter (en tegelijkertijd de sporter NADO en WADA) ter kennis brengen van de vastgestelde antidoping regels overtreding en de basis van die vaststelling.

7.6 Beoordeling van Whereabouts mislukkingen

7.7    Beoordeling van andere anti-dopingregels schendingen die niet zijn opgenomen in artikel 7,2-7,6

7.8    Identificatie van vorige doping schendingen

7.9    Voorlopige Schorsingen

7.9.1 Verplichte voorlopige Schorsing:
Wanneer een belastend analyseresultaat van het A monster wordt ontvangen voor een verboden stof, behalve voor een gespecificeerde stof of een verboden methode en een onderzoek uitgevoerd op grond van artikel 7.2.2 niet een toepasselijke TTN of een afwijking ten opzichte van de Internationale Standaard voor testen en onderzoeken of de Internationale Standaard voor Laboratoria een Belastende Analyseresultaat onthult, een voorlopige schorsing zal na kennisgeving en beschreven in de artikelen 7.2, 7.3 en 7.5 of kort erna worden opgelegd.

7.9.2 Optioneel voorlopige Schorsing: In geval van een belastend analyse resultaat voor een bepaalde stof of in het geval van enige andere antidoping regels overtreding niet onder artikel 7.9.1, De bevoegde instantie kan op enig moment een voorlopige schorsing opleggen aan de sporter of andere persoon tegen wie een antidoping regels overtreding lopende is na een beschreven kennisgeving volgens de artikelen 7,2-7,7 en voorafgaand aan de laatste hoorzitting, zoals beschreven in artikel 8.

7.9.3 Een voorlopige schorsing wordt opgelegd, op grond van artikel 7.9.1 of 7.9.2, enkel als de sporter of andere persoon in de gelegenheid werd gesteld:
  • om aan een voorlopige hoorzitting onderworpen te worden, hetzij vóór de inwerkingtreding van de voorlopige schorsing of kort na de inwerkingtreding van de voorlopige schorsing; of
  • een gelegenheid voor een versnelde laatste hoorzitting overeenkomstig artikel 8, onmiddellijk na de inwerkingtreding van een voorlopige schorsing.

Daarnaast heeft de sporter of andere persoon het recht op beroep om een voorlopige schorsing op grond van artikel 13.2 (met uitzondering van het geval bedoeld in paragraaf 7.9.3.1).

7.9.3.1 Deze voorlopige schorsing kan worden opgeheven indien de Sporter of andere Persoon
kan aantonen aan de hoorzitting instantie dat de overtreding waarschijnlijk betrekking heeft met een besmet product.
De beslissing van de hoorzitting instantie om een tijdelijke schorsing wegens beschuldigingen aan een sporter of een andere persoon ten gevolge van een verontreinigde product niet op te heffen is niet vatbaar voor beroep.

7.9.3.2 Tijdens een inleidende hoorzitting, zal de tijdelijke schorsing worden opgelegd (of niet worden opgeheven), tenzij de sporter of een andere persoon vaststelt:
  1. dat de bewering van de anti-doping overtreding geen redelijk vooruitzicht heeft om te worden gehandhaafd, bijvoorbeeld door een defect in de octrooi zaak tegen de sporter of andere persoon; of
  2. de sporter of andere persoon heeft sterke en verdedigbare argumenten waaruit blijkt dat hij geen schuld of nalatigheid voor vermeende doping overtreding heeft gepleegd, zodat een periode van opschorting die normaal zou worden opgelegd voor dergelijke overtreding geheel kan worden geëlimineerd door de toepassing van artikel 10.4; of
  3. er zijn andere feiten die duidelijk onrechtvaardig zijn, in alle omstandigheden, om een tijdelijke schorsing op te leggen voorafgaand aan een laatste hoorzitting op grond van artikel 8. Dit patroon moet zeer eng worden geïnterpreteerd en toegepast alleen in echt uitzonderlijke omstandigheden. Zo zou het feit dat de tijdelijke schorsing zou voorkomen dat de sporter of andere persoon deel neemt aan een wedstrijd of een bepaalde gebeurtenis zou niet worden gekwalificeerd als uitzonderlijke omstandigheid hiertoe.

7.9.4 Als een voorlopige Schorsing wordt opgelegd op basis van een A staal met een belastend analyse resultaat en de daarop volgende analyse van het B staal niet de A staal analyse bevestigt, dan is de sporter niet onderworpen aan een verdere voorlopige schorsing op grond van een schending van artikel 2.1. In omstandigheden waarin de sporter (of de sporter ploeg) is verwijderd uit een competitie op basis van een schending van artikel 2.1 en de daarop volgende B staal analyse niet het A staal resultaat bevestigt, dan is het toegestaan aan de sporter of het team om aan het evenement verder deel te nemen , voor zover het geen invloed kan hebben op de competitie uitslag. Bovendien kan de sporter of het team daarna deel nemen aan andere wedstrijden in hetzelfde evenement.

7.9.5 In alle gevallen waarin een sporter of andere persoon in kennis is gesteld van een anti-dopingregels overtreding, maar een voorlopige schorsing niet is opgelegd aan hem of haar, de sporter of andere persoon wordt in de gelegenheid gesteld om vrijwillig een voorlopige schorsing te aanvaarden in afwachting van de uitspraak van de zaak.
[Commentaar bij artikel 7.9:. sporters en andere personen zullen krediet krijgen voor een voorlopige opschorting tegenover iedere periode va uitsluiting die uiteindelijk is opgelegd. Zie de artikelen 10.11.3.1 en 10.11.3.2.]

7.10 Resolutie zonder verhoor

7.10.1 Een sporter of andere persoon tegen wie een anti-dopingregels overtreding wordt verklaard kan de overtreding op elk moment toegeven, afzien van een hoorzitting, en de gevolgen die zijn opgelegd door deze Anti-Doping Regels aanvaarden of (als een zekere beoordelingsmarge met betrekking tot de gevolgen bestaan onder deze Antidopingregels) die werden aangeboden door de bevoegde instantie aanvaarden.

7.10.2 Subsidiair, indien de Sporter of andere persoon tegen wie een anti-doping overtreding wordt beweerd niet de vordering binnen een bepaalde termijn na de kennisgeving van de overtreding door de bevoegde instantie is ontleend betwist, hij of zij wordt geacht de inbreuk te erkennen, van een hoorzitting te hebben afgezien en de opgelegde gevolgen door deze Anti-Doping Regels of (als een zekere beoordelingsmarge met betrekking tot de gevolgen bestaan onder deze Anti-Doping Regels) die werden aangeboden door de bevoegde instantie te hebben aanvaard.

7.10.3 In gevallen waarin artikel 7.10.1 of sectie 7.10.2 van toepassing is, zal een hoorzitting voor een hoorzitting instantie niet vereist zijn. In plaats daarvan, zal de bevoegde instantie de beslissing onverwijld schriftelijke bevestigen aan de Commissie van de schending van de anti-doping regels en de gevolgen opgelegd als zodanig, en waarin de volledige redenen voor de periodes van schorsing opgelegd vermeld zijn waaronder (indien van toepassing) een motivering waarom de maximale potentiële sanctie niet is opgelegd.
De bevoegde instantie zal een kopie van die beslissing naar andere ADO’s die het recht op beroep hebben op grond van artikel 13.2.3, sturen en de beslissing in het openbaar bekend maken overeenkomstig artikel 14.3.2.

7.11 kennisgeving van de resultaten van het beheer beslissingen
In alle gevallen waarin de bevoegde instantie het bestaan vermeld van een anti-doping overtreding, een beschuldiging intrekt van één bestaand antidoping regel, een voorlopige schorsing oplegt of overeengekomen met de sporter of andere persoon van de opgelegde gevolgen zonder hoorzitting, de bevoegde instantie stelt in overeenstemming met artikel 14.2.1 andere ADO’s met een recht op beroep op grond van artikel 13.2.3 op de hoogte.

7.12 Terugtrekking uit de Sport     
Indien een sporter of andere persoon zich terugtrekt tijdens een resultaat management proces, zal de bevoegde instantie die dit proces waarneemt bevoegd blijven om zijn termijn af te ronden.
Indien een sporter of andere persoon zich terugtrekt voordat een resultaten management proces is gestart, zal de bevoegde instantie die de jurisdictie over de sporter of andere resultaten management gerelateerde persoon zou hebben gehad op het moment dat de sporter of de andere persoon een anti-doping overtreding heeft begaan, blijft recht hebben op het uitvoeren van het resultaten beheer.
[Commentaar bij artikel 7.12.:Het gedrag van een sporter of een andere persoon voordat de Sporter of andere persoon onder de jurisdictie van een ADO komt te staan zal geen dopingovertreding vormen, maar kan de weigering om de toetreding van de sporter of andere persoon in een sportorganisatie te accepteren rechtvaardigen.]
ARTIKEL 8 RECHT OP VERWEER

8.1    Principes voor een eerlijk proces

8.1.1 Wanneer de FBMC een bericht stuurt naar een sporter of andere persoon met een verklaring dat een anti-dopingregels overtreding werd begaan, en de sporter of andere persoon geen afstand doet van een hoorzitting in overeenstemming met artikel 7.10.1 of artikel 7.10.2, dan wordt de zaak doorverwezen naar de bevoegde hoorzitting instantie voor het verhoor en berechting.

8.1.2 De hoorzitting wordt gepland en voltooid binnen een redelijke termijn. Hoorzittingen gehouden in verband met evenement die onderworpen zijn aan deze Anti-Doping Regels kan worden uitgevoerd door een versnelde proces waar toegestaan door de hoorzitting instantie.
[Commentaar bij artikel 8.1.2: Zo kan een hoorzitting worden versneld aan de vooravond van een belangrijke gebeurtenis waar de resolutie van de antidoping regels overtreding noodzakelijk is om te bepalen's of de sporter in aanmerking kan komen voor deelname aan het evenement, of tijdens een evenement waar de oplossing van de zaak de geldigheid van de sporter invloed heeft op de resultaten of voor verdere deelname aan het evenement.]

8.1.3 De bevoegde hoorzitting instantie zal de procedure voor de hoorzitting bepalen. De hoorzitting proces moet voldoen aan de volgende principes:
  1. een tijdige hoorzitting;
  2. rechtvaardig en onpartijdig onderzoek instantie,
  3. het recht om te worden vertegenwoordigd door een raadsman van de persoon,voor eigen rekening
  4. het recht om eerlijke en tijdig geïnformeerd te worden van de vastgestelde anti-dopingregel overtreding,
  5. het recht om te reageren op de vastgestelde antidoping regels overtreding en de daaruit voortvloeiende gevolgen,
  6. het recht van elke partij om bewijsmateriaal voor te leggen, waaronder het recht om te bellen en getuigen te vragen (onder voorbehoud van het oordeel van de hoorzitting instantie om getuigenissen telefonisch of schriftelijk te aanvaarden van de persoon inzending.)
  7. de persoon’s recht op een tolk tijdens de hoorzitting, met de hoorzitting instantie om de identiteit vast te stellen, en de verantwoordelijkheid voor de kosten van de tolk.

8.1.4 WADA of andere persoon kan de hoorzitting als waarnemer bijwonen. In ieder geval zal de bevoegde instantie WADA volledig op de hoogte stellen over de status van de lopende zaken en het resultaat van alle hoorzittingen.

8.1.5 De bevoegde hoorzitting instantie zal ten allen tijde steeds op een eerlijke en onpartijdige wijze handelen ten opzichte van alle partijen.

8.2    Beslissingen

8.2.1 Aan het einde van de hoorzitting en in elk geval binnen drie maanden na de voltooiing van het Result Management-proces in artikel 7, zal de de bevoegde hoorzitting hoorzitting instantie een schriftelijk besluit dat de volledige redenen voor het besluit en de periode van de opgelegde schorsing, waaronder (indien van toepassing) een rechtvaardiging voor de reden waarom het grootst potentieel gevolg niet werd opgelegd.

8.2.2 Tegen de beslissing kan beroep worden aangetekend bij het ​​CAS/TAS, zoals bepaald in artikel 13. Kopieën van het besluit zullen worden overgemaakt aan de sporter of andere persoon en aan de andere Antidoping organisaties met een recht van beroep op grond van artikel 13.2.3.

8.2.3 In geval er geen beroep tegen de beslissing wordt gebracht, dan
  1. indien de beslissing vaststelt dat een anti-dopingregels overtreding werd begaan, dan wordt het besluit openbaar gemaakt,zoals bepaald in artikel 14.3.2; maar
  2. indien de vaststelling is dat er geen antidoping regels overtreding is begaan, dan wordt het besluit alleen openbaar gemaakt met toestemming van de sporter of andere persoon die het onderwerp is van de beslissing. De bevoegde instantie zal redelijke inspanningen leveren om deze toestemming te verkrijgen, en als toestemming wordt verkregen, zal publiekelijk bekend gemaakt worden de beschikking in haar geheel of in dergelijke geredigeerde vorm als de sporter of andere persoon kan goedkeuren. De beginselen in artikel 14.3.6 wordt toegepast in geval van een minderjarige.

8.3    Enkele hoorzitting voor CAS/TAS
Gevallen van vastgestelde antidoping regels overtredingen kunnen direct worden verhoord bij CAS/TAS,zonder vereiste om een voorafgaand verhoor, met toestemming van de sporter, de FBMC, WADA en alle andere ADO’s die een recht op beroep zouden hebben gehad in eerste aanleg bij CAS/TAS.
[Commentaar bij artikel 8.3: Waar alle partijen die in dit artikel ervan overtuigd zijn dat hun belangen voldoende worden beschermd in één zitting, is er geen behoefte aan de extra kosten van de twee hoorzittingen. Een ADO die wil deelnemen aan het CAS/TAS verhoor als partij of als waarnemer kan zijn goedkeuring van een enkele hoorzitting over de conditie verlenen.]
ARTIKEL 9 Automatische diskwalificatie van individuele resultaten
Een antidoping regels overtreding in een individuele sport in verband met een binnen wedstrijdverband controle  leidt automatisch tot diskwalificatie van de resultaten in die wedstrijd met alle daaruit voortvloeiende gevolgen, zoals het verlies van eventuele medailles, punten en prijzen.
[Commentaar bij artikel 9 Voor Team Sport, alle onderscheidingen ontvangen door individuele spelers zullen worden gediskwalificeerd. Toch zal diskwalificatie van het team worden voorzien in artikel 11. In de sport die geen Teamsporten hebben maar waar awards worden gegeven aan teams, diskwalificatie of andere disciplinaire maatregelen tegen het team wanneer één of meer teamleden van een team een antidoping regel overtreding heeft gepleegd wordt als voorzien in de toepasselijke regels van de FBMC toegepast.]
ARTIKEL 10 Sancties voor natuurlijke personen

10.1 Diskwalificatie van resultaten in de Evenement waarin een Anti-Doping Regel Overtreding voorkomt
Een antidoping regels overtreding die tijdens of in verband met een evenement kan, na de beslissing van het bestuursorgaan van het Evenement, leiden tot diskwalificatie van alle door de sporter verkregen individuele resultaten met alle gevolgen van dien, zoals het verlies van alle medailles, punten en prijzen, behalve zoals bepaald in artikel 10.1.1. De factoren die worden overwogen om andere resultaten te annuleren tijdens een evenement kunnen omvatten, bijvoorbeeld, de ernst van de dopingovertreding begaan door de sporter en de vraag of de sporter negatief werd getest op controles tijdens andere wedstrijden.
[Commentaar bij artikel 10.1: Overwegende dat artikel 9 het resultaat diskwalificeert in één wedstrijd waarin de sporter positief teste (bijvoorbeeld de 100 meter rugslag), dit artikel kan leiden tot diskwalificatie van alle resultaten in alle races tijdens het evenement (bijvoorbeeld de Finale World Championships).]

10.1.1 Indien de Sporter aantoont dat hij/zij geen schuld of nalatigheid treft van de overtreding, zal zijn individuele resultaten in de andere wedstrijden niet gediskwalificeerd worden tenzij de resultaten in andere competities als die waar de dopingovertreding heeft plaatsgevonden waarschijnlijk zijn beïnvloed door een dergelijke schending.

10.2 Uitsluiting voor aanwezigheid, gebruik, poging tot gebruik, het bezitten van een verboden stof of verboden methode
De periode van schorsing voor een overtreding van de artikelen 2.1, 2.2 of 2.6 zijn als volgt, onder voorbehoud van een mogelijke vermindering of opschorting krachtens de artikelen 10.4, 10.5 of 10.6:

10.2.1 De periode van uitsluiting bedraagt vier jaar, wanneer:
  1. De anti-doping regel overtreding niet gepaard gaat met een gespecificeerde stof, tenzij de sporter of andere persoon niet kan aantonen dat de overtreding niet opzettelijk was.
  2. De anti-doping regel overtreding gaat om een gespecificeerde stof en de bevoegde instantie kan aantonen dat de dopingovertreding opzettelijk was.

10.2.2 Indien artikel 10.2.1 niet van toepassing is, zal de periode van uitsluiting twee jaar zijn.

10.2.3 Zoals omschreven in artikelen 10.2 en 10.3, wordt de term "opzettelijk" gebruikt om sporters die bedriegen te identificeren. Daarom eist deze term dat de sporter of een andere persoon zich een gedrag aanmat dat hij/zij wist dat het een overtreding of tot gevolg een overtreding zou zijn of dat het een aanzienlijk risico kon opleveren of leiden tot een dopingovertreding, en heeft kennelijk dat risico genegeerd.
Een dopingovertreding die voortvloeit uit een afwijkend analyseresultaat voor een stof enkel verboden in wedstrijdverband wordt veronderstelt als niet "opzettelijk"(dit vermoeden zijnde weerlegbaar) als de stof een gespecificeerde stof is en de sporter kan aantonen dat de verboden stof werd gebruikt buiten competitie. Een dopingovertreding die voortvloeit uit een afwijkend analyseresultaat voor een verboden substantie die enkel in wedstrijd verband verboden is zal worden beschouwd als niet "opzettelijk" indien de stof een niet gespecificeerde stof is en de sporter kan aantonen dat de verboden stof werd gebruikt buiten competitie en in een context die niets met de sport prestaties te maken heeft.

10.3 uitsluiting voor andere anti-doping regels
De periode van uitsluiting voor anti-doping overtredingen anders dan die voorzien in artikel 10.2 is als volgt, tenzij de artikelen 10.5 of 10.6 van toepassing zijn:

10.3.1 Voor overtredingen van artikel 2.3 of artikel 2.5 is de periode van uitsluiting vier jaar, tenzij, in het geval van het niet onderwerpen aan een dopingcontrole, de sporter kan aantonen aan de commissie dat de antidoping regels overtreding niet opzettelijk was (zoals gedefinieerd in artikel 10.2.3), in welk geval de periode van uitsluiting twee jaar bedraagt.

10.3.2 Voor overtredingen van artikel 2.4, zal de periode van uitsluiting twee jaar zijn, onderworpen aan een vermindering tot een minimum van één jaar, afhankelijk van de sporter's mate van schuld. De flexibiliteit tussen twee jaar en één jaar van uitsluiting in dit artikel is niet beschikbaar voor sporters waarbij een patroon van last-minute wijzigingen van de verblijfplaats of ander gedrag een ernstig vermoeden oproept dat de sporter probeerde te voorkomen zich beschikbaar te stellen voor een dopingcontrole test.

10.3.3 Voor overtredingen van artikel 2.7 of 2.8, wordt een minimum van vier jaar tot levenslange uitsluiting toegepast, afhankelijk van de ernst van de overtreding. Een artikel 2.7 of artikel 2.8 overtreding met een minderjarige, wordt als een zeer ernstige overtreding beschouwd en, indien gepleegd door sporters begeleidend personeel voor andere dan specifieke stoffen, zullen resulteren in een levenslange uitsluiting voor sporters ondersteunend personeel. Bovendien, belangrijke overtredingen van artikel 2.7 of 2.8, die ook in strijd zijn met niet-sportieve wet- en regelgeving, moeten gemeld worden aan de bevoegde administratieve, professionele of justitiële autoriteiten.
[Commentaar bij artikel 10.3.3: Degenen die betrokken zijn bij het dopen van sporters of doping toedekken moeten worden onderworpen aan sancties die strenger zijn dan de sporters die positief getest zijn. Sinds het gezag van sportorganisaties in het algemeen zich beperkt tot uitsluiting voor accreditatie, lidmaatschap en andere sport voordelen, het rapporteren van sporter ondersteunend personeel aan de bevoegde autoriteiten is een belangrijke stap in de afschrikking van doping.]

10.3.4 Voor overtredingen van artikel 2.9, de minimale periode van uitsluiting opgelegd is twee jaar, tot vier jaar, afhankelijk van de ernst van de overtreding.

10.3.5 Voor overtredingen van artikel 2.10, wordt de periode van uitsluiting twee jaar, indien onderworpen aan een vermindering tot een minimum van één jaar, afhankelijk van de sporter of andere persoon's mate van schuld en andere omstandigheden van het geval.
[Commentaar bij artikel 10.3 .5: Wanneer de "andere persoon" waarnaar verwezen wordt in artikel 2.10 een entiteit is en niet een individu, kan die entiteit worden gedisciplineerd, zoals bepaald in artikel 12]

10.4    Afschaffing van de periode van uitsluiting, in de afwezigheid van schuld of nalatigheid
Als de sporter kan aantonen dat hem geen schuld of nalatigheid te verwijten valt, vervalt de periode van uitsluiting.
Deze paragraaf is alleen van toepassing op de oplegging van sancties, en dus niet op de bepaling of al dan niet een dopingpraktijk is begaan. Het is alleen van toepassing in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld indien een sporter zou kunnen bewijzen dat hij of zij, ondanks alle genomen voorzorgen, door een tegenstrever is gesaboteerd.
[Commentaar bij artikel 10.4: Dit artikel en artikel 10.5.2 gelden alleen voor het opleggen van sancties; ze zijn niet van toepassing op de bepaling van de vraag of een anti-dopingregels overtreding heeft plaatsgevonden. Ze zullen alleen van toepassing zijn in uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer een sporter kan bewijzen dat, ondanks alle zorgvuldigheid, werd hij of zij gesaboteerd door een concurrent. Omgekeerd geen schuld of nalatigheid zou niet van toepassing zijn in de volgende omstandigheden: (a) een positieve test als gevolg van een verkeerd gelabelde of verontreinigd vitamine of voedingssupplement (sporters zijn verantwoordelijk voor wat ze innemen (artikel 2.1.1) en zijn gewaarschuwd tegen de mogelijkheid van contaminatie supplement); (B) de administratie van een verboden stof door de persoonlijke arts of trainer van de sporter zonder bekendmaking aan de sporter (sporters zijn verantwoordelijk voor de keuze van medisch personeel en voor het adviseren van medisch personeel, dat ze niet kunnen worden gegeven elke verboden stof); en (c) sabotage van de sporter voedsel of drank door een echtgenoot, coach of andere persoon binnen de sporter kring van vennoten (sporters zijn verantwoordelijk voor wat ze innemen en voor het gedrag van die personen aan wie zij toegang tot hun toevertrouwen eten en drinken). Echter, afhankelijk van de unieke feiten van een bepaalde zaak, een van de illustraties verwezen zou kunnen resulteren in een lagere sanctie op grond van artikel 10.5 op basis van geen significante schuld of nalatigheid.]

10.5    Vermindering van de periode van uitsluiting op basis van geen significante schuld of nalatigheid

10.5.1    Als de sporter kan aantonen dat hem geen significante fout of nalatigheid te verwijten valt van overtreding van de artikelen 2.1, 2.2 of 2.6., wordt de periode van uitsluiting afhankelijk van de dopingpraktijk verminderd als volgt :

10.5.1.1 Gespecificeerd stoffen
Als de dopingpraktijk betrekking heeft op een gespecificeerde stof en de Sporter of andere Persoon kan geen significante schuld of nalatigheid bewijzen, zal de schorsing op zijn minst een berisping zonder opschorting zijn, en, een maximum van twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter of ander.

10.5.1.2 Als de sporter kan aantonen dat de dopingpraktijk afkomstig is van een besmet product en dat er geen significante schuld of nalatigheid is: minstens een berisping en maximum twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter.
[Commentaar bij artikel 10.5.1.2: Bij de beoordeling van de sporters mate van schuld, zou het, bijvoorbeeld, gunstig zijn geweest voor de sporter als de sporter het product dat vervolgens werd bepaald te zijn besmet op zijn of haar dopingcontrole formulier had verklaard.]

10.5.2 Toepassing van geen significante schuld of nalatigheid buiten de toepassing van artikel 10.5.1
Indien een sporter of andere persoon bewijst, in een individueel geval wanneer artikel 10.5.1 niet van toepassing is, dat hij of zij geen significante schuld of nalatigheid draagt, vervolgens, onder voorbehoud van verdere vermindering of afschaffing van het bepaalde in artikel 10.6, de anders toepasselijke periode van uitsluiting kan verminderd worden gebaseerd op de sporter of andere persoon mate van schuld, maar de verkorte periode van uitsluiting mag niet minder dan de helft van de periode van uitsluiting zijn die anders van toepassing zou geweest zijn. Als de anders toepasselijke periode van uitsluiting een levenslange is, dan mag de verkorte periode op grond van dit artikel niet minder dan acht jaar zijn. Afhankelijk van de unieke feiten van een bepaald geval, kunnen de volgende voorbeelden resulteren in een verminderde sanctie wegens gebrek aan significante schuld of nalatigheid:
  1. een positieve controle als gevolg van de inname van een verkeerd gelabeld of verontreinigd vitamine- of voedingssupplement;
  2. de toediening van een verboden stof door de persoonlijke arts of trainer van de sporter zonder dit aan de sporter te hebben gemeld;
  3. sabotage van voeding of drank van een sporter door een echtgenoot/echtgenote, coach of andere begeleider die tot de entourage van de sporter behoort.
[Commentaar bij artikel 10.5.2: artikel 10.5.2 kan worden toegepast op elke dopingovertreding, behalve met betrekking tot die artikelen waar het de bedoeling is een onderdeel van de anti-doping overtreding (bijvoorbeeld items. 2,5, 2,7, 2,8 of 2,9) of een onderdeel van een bepaalde sanctie (bv. artikel 10.2.1) of een reeks van uitsluitingen op basis van de mate van fout van de sporter of ander reeds in een artikel.]

10.6    Eliminatie, vermindering of opschorting van uitsluit periode of andere gevolgen voor redenen anders dan fout

10.6.1 Substantiële hulp bij het ontdekken of vaststelling van Anti-Doping regel Overtredingen.

10.6.1.1 De FBMC kan, voorafgaand aan een definitieve beslissing in hoger beroep op grond van artikel 13 of voor het verstrijken van de tijd om in beroep te gaan, een deel van de periode van uitsluiting opgelegd in een individueel geval opschorten waarin zij de resultaten beheerd in een instantie waar de sporter of andere persoon een  substantiële hulp heeft geboden aan een ADO, strafrechtelijke autoriteit of professional disciplinaire orgaan wat resulteert in:
  1. de ADO ontdekt of brengt naar voren een anti-dopingregel overtreding gepleegd door een andere persoon, of
  2. het door een strafrechtelijke of disciplinair orgaan ontdekken of naar voren brengen van een strafbaar feit van een crimineel vergrijp of een overtreding van beroepsregels begaan door een andere persoon en de informatie verstrek door de persoon  substantiële hulp wordt beschikbaar gesteld aan de bevoegde instantie na een laatste hoger beroep besloten op grond van artikel 13 of het verstrijken van de tijd tot het in beroep gaan.

De FBMC kan slechts een deel van de anders toepasselijke periode van de uitsluiting met de goedkeuring van het WADA opschorten. De mate waarin de anders toepasselijke periode van uitsluiting kan worden opgeschort, wordt op basis van de ernst van de antidoping regels overtreding door de sporter of andere persoon gepleegd en de gewichtigheid van de substantiële bijstand die door de sporter of andere persoon aan de inspanning om doping in de sport te elimineren gedaan. Niet meer dan driekwart van de anders toepasselijke periode van uitsluiting kan worden opgeschort. Als de toepasselijke periode van uitsluiting een levenslange uitsluiting is, moet de niet-geschorste periode op grond van dit artikel niet minder dan acht jaar zijn. Indien de sporter of andere persoon faalt om samen te werken en om een volledige en geloofwaardige substantiële bijstand te bieden waarop een schorsing van de periode van uitsluiting was gebaseerd, zal de FBMC de oorspronkelijke periode van de uitsluiting herstellen. Als de FBMC beslist om een voorwaardelijke uitsluit periode te herstellen of beslist om een voorwaardelijke periode van uitsluiting niet te herstellen, kan tegen die beslissing in beroep worden gegaan door een persoon op grond van artikel 13.

10.6.1.2 Om verder sporters en andere personen substantiële hulp aan Antidoping organisaties op verzoek van de bevoegde instantie of op verzoek van de sporter of andere persoon die een overtreding (of verklaard te hebben) begaan van een antidoping regels overtreding te stimuleren , kan WADA in elk stadium van de resultaten proces, inclusief na een definitieve beslissing in hoger beroep op grond van artikel 13, overeenkomen om wat zij als een passende opschorting vindt van de anders-toepasselijke periode van uitsluiting en andere gevolgen. In uitzonderlijke omstandigheden kan WADA akkoord gaan met opschorting van een periode van uitsluiting en andere gevolgen voor een  substantiële hulp groter dan die bepaald in dit artikel, of zelfs helemaal geen periode van uitsluiting en/of geen teruggave van prijzengeld of betaling van boetes of kosten . WADA's goedkeuring worden onderworpen aan herstel van de sanctie, zoals bepaald in dit artikel.
In afwijking van artikel 13, er kan tegen WADA's besluiten in het kader van dit artikel niet in beroep worden gegaan door een andere ADO.

10.6.1.3 Als de FBMC een deel opschort van een anders toepasselijke sanctie vanwege substantiële bijstand, dan zal de nota inzake rechtvaardiging van het besluit aan de Antidoping organisaties met een recht van beroep op grond van artikel 13.2.3 zoals bepaald in artikel 14.2. verzonden worden. In de unieke omstandigheden waarin WADA vaststelt dat het in het beste belang van de anti-doping zou zijn, kan het WADA toestemming geven aan de FBMC in een passende geheimhouding inzake de overeenkomst en de openbaarmaking van de substantiële bijstand of de aard van de substantiële assistentie te beperken of uit te stellen.
[Commentaar bij artikel 10.6.1: De samenwerking van de sporters, sporter ondersteunend personeel en andere personen die hun fouten erkennen en bereid zijn om andere anti-dopingregel inbreuken aan het licht te brengen is het belangrijk om de sport schoon te maken. Dit is de enige omstandigheid onder de code waar de schorsing van een anders toepasselijke periode van uitsluiting is toegestaan.]

10.6.2 als een sporter vrijwillig een dopingpraktijk bekent vóór hem een monsterneming wordt aangekondigd die een dopingpraktijk zou kunnen aantonen of, als het een andere dopingpraktijk betreft anders dan 2.1, voor hij de eerste kennisgeving van de toegegeven overtreding ontvangt en die bekentenis het enige betrouwbare bewijs is van de overtreding op het ogenblik van de bekentenis, kan zijn uitsluitingsperiode worden verminderd tot de helft van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is.
[Commentaar bij artikel 10.6.2 Dit artikel is bedoeld om toegepast te worden wanneer een sporter of andere persoon vrijwillig naar voor komt en een anti-doping regel overtreding toegeeft in omstandigheden waarin er geen ADO is die zich ervan bewust is dat een anti-dopingregel overtreding werd begaan. Het is niet van toepassing op omstandigheden waarin de toegeving optreedt nadat de sporter of andere persoon gelooft dat hij of zij gaat worden betrapt. Het quantum waarmee uitsluiting wordt verminderd moet worden gebaseerd op de kans dat de sporter of andere persoon zou zijn betrapt had hij/zij niet vrijwillig naar voren gekomen.]

10.6.3 een sporter die een uitsluiting van vier jaar riskeert wegens een eerste overtreding onderhevig aan sancties op grond van artikel 10.2.1 of artikel 10.3.1, kan, door de dopingpraktijk waarvan hij wordt beschuldigd onmiddellijk te bekennen na te zijn geconfronteerd door de bevoegde instanties en ook na goedkeuring en naar goeddunken van zowel het WADA als de bevoegde instantie, een verkorting van de uitsluitingsperiode tot minimaal twee jaar krijgen, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de schuldgraad van de sporter.

10.6.4 Toepassing op meerdere gronden voor een vermindering van een sanctie.
Als een sporter aanspraak kan maken op vermindering van sanctie op meer dan één grond vermeld in artikel 10.4, 10.5 of 10.6, geldt dat voor een vermindering of schorsing op basis van artikel 10.6, wordt toegepast, de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is, moet worden bepaald in overeenstemming met de vorige paragrafen. Als de sporter aanspraak maakt op een vermindering of opschorting van de uitsluitingsperiode op basis van artikel 10.6, kan de uitsluitingsperiode worden verminderd of opgeschort, zonder ooit minder lang te zijn dan een vierde van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing zou zijn.
[Commentaar bij Artikel 10.6.4: De passende sanctie wordt bepaald in een reeks van vier stappen.Ten eerste, de hoorzitting instantie bepaalt welke van de basis-sancties (artikelen 10.2, 10.3, 10.4 of 10.5) van toepassing zijn op de specifieke antidoping regels overtreding.
Ten tweede, als de basis sanctie voorziet in een reeks van sancties, moet de hoorzitting instantie de toepasselijke sanctie bepalen binnen dat bereik volgens de sporter of andere persoon mate van schuld. In een derde stap, de hoorzitting instantie stelt vast of er een basis is voor eliminatie, schorsing of vermindering van de sanctie (artikel 10.6). Tot slot, de hoorzitting instantie beslist over de aanvang van de periode van uitsluiting op grond van artikel 10.11. Enkele voorbeelden van hoe artikel 10 moet worden toegepast zijn te vinden in bijlage 2.]

10.7 Meerdere overtredingen

10.7.1 Voor een sporter of andere persoon's tweede antidoping regels overtreding, de periode van uitsluiting zal groter worden dan:
  1. zes maanden,
  2. de helft van de periode van uitsluiting opgelegd voor de eerste antidoping regels schending zonder rekening te houden met eventuele vermindering op grond van artikel 10.6; of
  3. tweemaal de periode van uitsluiting voor het tweede antidoping regel overtreding behandeld alsof het een eerste overtreding zou geweest zijn, zonder rekening te houden met eventuele vermindering op grond van artikel 10.6.

De periode van uitsluiting hierboven vastgesteld kan dan verder worden verminderd door de toepassing van artikel 10.6.

10.7.2 Een derde overtreding van de antidoping regels zal altijd resulteren in een levenslange periode van uitsluiting, behalve als de derde overtreding voldoet aan de voorwaarde voor beëindiging of vermindering van de periode van uitsluiting op grond van artikel 10.4 of 10.5, of een schending van artikel 2.4. In deze specifieke gevallen, zal de periode van uitsluiting acht jaar tot levenslange uitsluiting worden.

10.7.3 Een anti-dopingregels overtreding waarvoor bij een sporter of andere persoon geen schuld of nalatigheid werd vastgesteld wordt niet beschouwd als een voorafgaande overtreding voor toepassing van dit artikel.

10.7.4 Bijkomende regels toepasbaar in geval van meervoudige overtredingen

10.7.4.1 Voor de toepassing van sancties op grond van artikel 10.7, zal een anti-doping regel overtreding alleen worden beschouwd als een tweede overtreding als de bevoegde instantie kan aantonen dat de sporter of andere persoon de tweede antidoping regels overtreding heeft begaan nadat de sporter of andere persoon bericht heeft ontvangen op grond van artikel 7, of nadat de bevoegde instantie redelijke inspanningen gemaakt heeft om kennis van de eerste anti-dopingregels overtreding te geven. Als de bevoegde instantie dit niet kan vaststellen, zal de overtredingen samen beschouwd worden als één eerste overtreding en de opgelegde sanctie wordt gebaseerd op de overtreding die de zwaardere sanctie draagt.

10.7.4.2 Indien na het opleggen van een eerste overtreding feiten worden ontdekt met betrekking tot een dopingpraktijk van de sporter die zich hebben voorgedaan vóór de kennisgeving met betrekking tot de eerste overtreding, wordt een aanvullende sanctie opgelegd op basis van de sanctie die had kunnen worden opgelegd als tegelijkertijd uitspraak was gedaan over beide overtredingen.
Resultaten in alle wedstrijden die teruggaan tot de eerdere anti-doping regel overtreding worden gediskwalificeerd zoals voorzien in artikel 10.8.

10.7.5 Meerdere Anti-Doping regel Overtredingen tijdens een periode van tien jaar voor de toepassing van artikel 10.7, elk antidoping regels overtreding moet plaatsvinden binnen dezelfde termijn van tien jaar om in aanmerking te komen voor meerdere overtredingen.

10.8 Diskwalificatie van resultaten in wedstrijden na staal neming of een regel schending van de Anti-Doping Commissie
Naast de automatische diskwalificatie van de resultaten in de wedstrijd waarin het positief staal werd geproduceerd, op grond van artikel 9, zullen alle andere competitie resultaten van de sporter verkregen vanaf de datum dat een positief staal werd verzameld (binnen of buiten wedstrijdverband), of andere antidoping regels overtreding hebben begaan, doch het begin van een voorlopige schorsing of uitsluiting periode, tenzij rechtvaardigheid anders vereist, worden gediskwalificeerd met alle gevolgen van dien,waaronder het verlies van eventuele medailles, punten en prijzen.
[Commentaar bij artikel 10.8: Niets in deze antidoping regels sluit clean sporters of andere personen uit die zijn beschadigd door de acties van een persoon die een anti-dopingregels overtreding heeft begaan om de voortzetting van enig recht dat ze zouden hebben gehad anderszins om schadevergoeding te eisen van dergelijke persoon]

10.9 Toewijzing van CAS/TAS cost awards en vervallen prijzengeld
De prioriteit voor terugbetaling van CAS/TAS kosten, prijzen en verbeurd prijzengeld zal zijn, als eerste de betaling van de kosten toegekend aan CAS/TAS; en ten tweede, de vergoeding van de onkosten van de bevoegde instantie en als derde de vergoeding van onkosten van FBMC.

10.10 Financiële gevolgen
Artikel 10.10 opzettelijk leeg gelaten.

10.11 Aanvang van uitsluiting Periode
Behalve zoals hieronder voorzien,de periode van uitsluiting begint op de datum van de laatste hoorzitting beslissing die een uitsluiting inhoud of, indien van de hoorzitting wordt afgezien of er is geen hoorzitting, de datum van uitsluiting wordt geaccepteerd of anderszins opgelegd.

10.11 .1 Vertragingen niet te wijten aan de sporter of andere persoon.
Waar er een aanzienlijke vertragingen in de hoorzitting proces of andere aspecten van de dopingcontrole niet te wijten is aan de sporter of andere persoon, kan de bevoegde instantie de periode van het starten van de uitsluiting op een eerdere datum doen beginnen zo vroeg als op de datum van de staal neming of op de datum waarop een andere anti-doping regel overtreding het laatst opgetreden is. Alle competitie resultaten bereikt tijdens de periode met inbegrip van terugwerkende kracht van uitsluiting worden gediskwalificeerd
[Commentaar bij artikel 10.11.1: In geval van andere dan de op grond van artikel 2.1 antidoping regels overtredingen, de tijd die nodig is voor een ADO om voldoende feiten te ontdekken om een anti-doping regel overtreding te bewijzen kan lang duren, in het bijzonder waar de sporter of andere persoon actie heeft ondernomen om detectie te vermijden. In deze omstandigheden is de flexibiliteit in dit artikel om de sanctie op een eerder tijdstip te worden gestart gebruikt.]

10.11.2 Tijdige Toelating
Wanneer de sporter of andere persoon prompt (in alle evenementen, voor een sporter betekent dit voordat de sporter opnieuw begint te concurreren) de antidoping regels overtreding toegeeft na te zijn geconfronteerd met de antidoping regels schending door de bevoegde instantie, de periode van uitsluiting kan zo vroeg beginnen als de datum van de staal afname of op de datum waarop een andere anti-doping regel overtreding het laatst opgetreden is. In elk geval, echter, wanneer dit artikel wordt toegepast, de sporter of andere persoon moet ten minste voldoen aan de helft van de periode van uitsluiting in de toekomst vanaf de datum dat de sporter of andere persoon het opleggen van een sanctie aanvaard, de datum van een verhoor, besluit tot oplegging van een sanctie, of de datum waarop de sanctie wordt opgelegd. Dit artikel is niet van toepassing wanneer de periode van uitsluiting reeds op grond van artikel 10.6.3 teruggebracht is.

10.11.3 Krediet voor voorlopige schorsing of uitsluitingsperiode toegepast

10.11.3.1 Als een voorlopige schorsing wordt opgelegd en gerespecteerd door de sporter of andere persoon, dan krijgt de sporter of andere persoon een krediet voor een dergelijke periode voorlopige schorsing voor elke periode van uitsluiting die uiteindelijk kan worden opgelegd. Als een periode van uitsluiting op grond van een beslissing wordt toegepast die vervolgens in hoger beroep wordt aangevochten, dan ontvangt de sporter of andere persoon een krediet voor een dergelijke periode van uitsluiting tegen elke periode van uitsluiting die uiteindelijk in hoger beroep kan worden opgelegd.

10.11.3.2 Indien een sporter of andere persoon vrijwillig een voorlopige schorsing accepteert in een schrijven van de bevoegde instantie en deze voorlopige schorsing respecteert, de sporter of andere persoon zal een krediet voor een dergelijke periode van vrijwillige voorlopige schorsing tegen elke periode van uitsluiting die uiteindelijk kan worden opgelegd ontvangen. Een kopie van de sporter of andere persoon vrijwillige aanvaarding van een voorlopige schorsing .wordt onverwijld verstrekt aan elke partij die recht heeft op een notitie van een geclaimde antidoping regels overtreding uit hoofde van artikel 14.1
[Commentaar bij artikel 10.11.3.2: vrijwillige aanvaarding van een sporter van een voorlopige schorsing is geen bekentenis door de sporter en mogen niet worden gebruikt op enige wijze als een negatieve gevolgtrekking tegen de sporter.]

10.11.3.3 Geen krediet tegen een periode van uitsluiting wordt gegeven voor elke periode vóór de ingangsdatum van de voorlopige schorsing of vrijwillige voorlopige schorsing ongeacht of de sporter gekozen heeft om niet te concurreren of werd geschorst door zijn of haar team.

10.11.3.4 In team sporten,waarbij een periode van uitsluiting wordt opgelegd aan een team, tenzij billijkheid anders vereist, de periode van uitsluiting begint op de datum van de laatste hoorzitting waar de beslissing een uitsluiting voorziet of, indien van de hoorzitting wordt afgezien, op de datum dat de uitsluiting is aanvaard of anderszins opgelegd. Elke periode van een team voorlopige schorsing (of opgelegd of vrijwillig aanvaard) moet worden verrekend met de totale periode van uitsluiting opgelegd.
[Commentaar bij artikel 10.11: Artikel 10.11 maakt duidelijk dat als de vertraging niet te wijten is aan de sporter, een tijdige aanvaarding door de sporter van een voorlopige schorsing zijn de enige rechtvaardigingen voor het starten van de periode van uitsluiting eerder dan de datum van de laatste hoorzitting beslissing.]

10.12 Status tijdens uitsluiting

10.12.1 Verbod voor deelname tijdens een uitsluiting.
Geen sporter of andere persoon die uitgesloten is verklaard kan, gedurende de periode van uitsluiting, deelnemen in welke hoedanigheid dan ook aan een wedstrijd of activiteit (met uitzondering van erkende anti-doping onderwijs of rehabilitatieprogramma's) toegelaten of georganiseerd door elke ondertekenaar, ondertekenaar lid organisatie of een club of andere lid organisatie van een ondertekenaar, lid organisatie of in competities geautoriseerd of georganiseerd door een professionele competitie liga of een internationaal of nationaal niveau evenementen organisatie of enige elite of nationaal niveau sportieve activiteiten gefinancierd door een overheidsinstantie.

Een sporter of andere persoon met een periode van uitsluiting langer dan vier jaar kan, na vier jaar van de periode van uitsluiting, deelnemen als een sporter in lokale sportevenementen die niet gesanctioneerd of anderszins onder de jurisdictie van een code ondertekenende of lid van een Code ondertekenaar valt, maar alleen zolang de lokale sport evenement niet op een niveau is dat de sporter direct of indirect in aanmerking kan komen voor een nationaal kampioenschap of Internationaal evenement (of punten verzamelen in de richting van qualificatie),en betekent niet dat de sporter of andere persoon met minderjarigen werken, in welke hoedanigheid dan ook.

Een sporter of andere persoon in een periode van uitsluiting blijft onderworpen aan testen.
[Commentaar bij artikel 10.12.1. Bijvoorbeeld, onder voorbehoud van artikel hieronder 10.12.2, een niet gerechtigde sporter kan niet deelnemen aan een trainingskamp, tentoonstelling of praktijk georganiseerd door zijn of haar Nationale Federatie of een club die lid is van die nationale federatie of dat wordt gefinancierd door een overheidsinstantie. Verder kan een uitgesloten sporter niet concurreren in een niet-ondertekenaar profcompetitie (bijvoorbeeld de Nationaal Hockey League, de Nationaal Basketbal Associatie, enz.), Evenementen georganiseerd door een niet-ondertekenaar International evenement organisatie of een niet-ondertekenaar nationaal niveau evenementenorganisatie zonder de gevolgen in artikel 10.12.3 te activeren. De term "activiteit" omvat ook bijvoorbeeld administratieve activiteiten, zoals die als een ambtenaar, directeur, functionaris, werknemer of vrijwilliger van de in dit artikel omschreven organisatie. uitsluiting opgelegd in een sport wordt ook erkend door andere sporten (zie artikel 15.1, wederzijdse erkenning).]

10.12.2 Terugkeren naar training
Als uitzondering op artikel 10.12.1, een sporter kan terug keren om te trainen met een team of om de faciliteiten van een club of andere lid organisatie van de bevoegde instantie lid organisatie te gebruiken tijdens de kortste van:
  1. de laatste twee maanden van de van sporter periode van uitsluiting ,of
  2. het laatste kwart van de periode van uitsluiting opgelegd.
[Commentaar van artikel10.12.2  In vele Team Sport en een aantal individuele sporten (bijv, skispringen en gymnastiek), kan een sporter niet optimaal trainen op zijn/haar eigen om zo klaar te zijn om te concurreren op het einde van de periode van uitsluiting. Gedurende de in dit artikel omschreven stage, kan een uitgesloten sporter niet concurreren of zich bezighouden met een activiteit in artikel 10.12.1 beschreven anders dan trainingen.]

10.12.3 Overtreding van het verbod op deelname tijdens uitsluiting
Wanneer een sporter of andere persoon die uitgesloten is in strijd is met het verbod op deelname tijdens de uitsluiting in artikel 10.12.1 beschreven, worden de resultaten van een dergelijke participatie gediskwalificeerd en een nieuwe periode van uitsluiting even lang aan de oorspronkelijke periode van uitsluiting wordt toegevoegd aan het einde van de oorspronkelijke periode van uitsluiting. De nieuwe periode van uitsluiting kan worden aangepast op basis van de sporter of andere persoon's mate van schuld en andere omstandigheden per geval. De bepaling of een sporter of andere persoon het verbod op deelname heeft geschonden, en of een aanpassing nodig is, word gemaakt door de Anti Doping Organisatie waarvan de resultaten van het management geleid heeft tot het opleggen van de eerste periode van uitsluiting. Op deze beslissing kan beroep worden aangetekend op grond van artikel 13. Wanneer een sporter ondersteunend persoon of andere een persoon helpt in het overtreden van het verbod op deelname tijdens de uitsluiting, de bevoegde instantie zal sancties opleggen voor een overtreding van artikel 2.9 voor dergelijke bijstand.

10.12.4 Inhouding van de financiële steun tijdens uitsluiting
Bovendien, voor elke anti-dopingregels overtreding die geen sanctie vermindering geeft zoals beschreven in artikel 10.4 of 10.5, sommige of alle sport gerelateerde financiële steun of andere sport gerelateerde voordelen door een dergelijke persoon ontvangen zal worden ingehouden door de nationale federaties.

10.13 Automatisch Publicatie van Sancties
Een verplicht onderdeel van elke sanctie omvat automatische publicatie, zoals voorzien in artikel 14.3
[Commentaar bij artikel 10: Harmonisatie van de sancties is een van de meest besproken en bediscussieerd gebieden van anti-doping. Harmonisatie betekent dat dezelfde regels en criteria worden toegepast op de unieke feiten van elke zaak te beoordelen. Argumenten tegen evenwel een harmonisatie van de sancties zijn gebaseerd op de verschillen tussen de sporten zoals, bijvoorbeeld, het volgende: in sommige sporten de sporters zijn professionals en genieten van aanzienlijke inkomsten uit de sport en in andere takken zijn de sporters echte amateurs; in die sporten waar de carrière van een sporter kort is, een standaard periode van uitsluiting heeft een veel groter effect op de sporter dan in de sport, waar carrières traditioneel veel langer zijn. Een belangrijk argument voor harmonisatie is dat het gewoon niet juist is dat twee sporters uit hetzelfde land die onder vergelijkbare omstandigheden positief voor dezelfde verboden stof testen verschillende sancties moeten krijgen alleen maar omdat zij deelnemen aan verschillende sporten. Daarnaast is flexibiliteit in sanctionering vaak gezien als een onaanvaardbare kans voor sommige sportorganisaties om soepeler met dopers om te gaan. Het gebrek aan harmonisatie van de sancties is ook vaak de bron geweest van jurisdictie conflicten tussen Internationale Federaties en de NADO’s.]
ARTIKEL 11 GEVOLGEN VOOR TEAMS

11.1 Indien een lid van een relais team in overtreding wordt bevonden te zijn met een Anti-dopingregels tijdens een evenement, zal het relais team worden gediskwalificeerd van de gebeurtenis met alle gevolgen voor het team en haar leden, zoals het verlies van alle medailles, punten en prijzen.

11.2 Indien meer dan één lid van een team in kennis is gesteld van een anti-dopingregel overtreding op grond van artikel 7 in verband met een gebeurtenis, zal het bestuursorgaan voor het evenement geschikte gerichte testen laten uitvoeren op alle leden van het team tijdens de actieperiode.
ARTIKEL 12 SANCTIES EN KOSTEN Afgaande sportorganisaties

12.1 De bevoegde instantie heeft de bevoegdheid om sommige of alle financiële steun of andere niet-financiële middelen te onthouden van nationale federaties die de IFSS antidoping regels niet respecteren.

12.2 Nationale Federaties zullen verplicht worden om de IFSS te vergoeden voor alle kosten (inclusief, maar niet beperkt tot laboratorium vergoedingen, hoorzittingen, uitgaven en reizen) in verband met een overtreding van deze antidoping regels begaan door een sporter of andere persoon aangesloten bij die nationale federatie.

12.3 De IFSS kan ervoor kiezen om extra disciplinaire maatregelen te nemen tegen nationale federaties met betrekking tot de erkenning, het in aanmerking komen van haar officiëlen en sporters om deel te nemen aan internationale evenementen en onder de vorm van boetes op basis van de volgende:

12.3.1 Als vier of meer overtredingen van deze antidoping regels (behalve overtreding van artikel 2.4) zijn begaan door sporters of andere personen aangesloten bij een nationale federatie binnen een periode van 12 maanden in testen uitgevoerd door IFSS of een ADO ander dan de Nationaal Federatie of zijn NADO. In een dergelijk geval kan de bevoegde instantie in haar discretie kiezen

  1. alle officiëlen van die nationale federatie te verbieden voor deelname aan IFSS activiteiten voor een periode gaande tot twee jaar en/of
  2. de Nationale Federatie beboeten met een bedrag tot duizend euro (1000.00 €).
(Voor doeleinden van deze regel, eventueel betaalde boetes overeenkomstig artikel 12.3.2 worden gecrediteerd aan de opgelegde boete)

12.3.1.1 Als vier of meer overtredingen van deze antidoping regels (behalve overtreding van artikel 2.4) zijn gepleegd in aanvulling op de in artikel 12.3.1 beschreven, door sporters of andere personen aangesloten bij een nationale federatie binnen een periode van 12 maanden in testen uitgevoerd door de bevoegde instantie of ADOs andere dan de Nationale Federatie of zijn NADO, dan kan de bevoegde instantie de nationale federatie lidmaatschap opschorten voor een periode van maximaal 4 jaar.

12.3.2 Als dan één sporter of andere persoon van een nationale federatie een Anti-Doping regel overtreding begaat tijdens een internationaal evenement. In dat geval kan de bevoegde instantie dat nationale federatie beboeten met een bedrag tot duizend euro (1000.00 €).

12.3.3 ALS een nationale federatie heeft nagelaten om ijverige inspanningen te leveren om de bevoegde instantie op de hoogte te houden van de verblijfplaats van een sporter na ontvangst van een verzoek om die informatie vanwege een bevoegde instantie. In een dergelijk geval kan de bevoegde instantie de nationale federatie een boete opleggen voor een bedrag tot tweehonderdvijftig Amerikaanse euro (250,00 €) per sporter, naast alle door de bevoegde instantie kosten gemaakt voor de testen op die nationale federatie sporters.
ARTIKEL 13 BEROEP

13.1 Beslissingen behoudens beroep
Tegen genomen beslissingen onder deze antidoping regels kan beroep worden aangetekend zoals hieronder uiteengezet in artikel 13.2 tot 13.7 of zoals anders bepaald in deze antidoping regels, de Code of de International Standaards. Dergelijke besluiten blijven van kracht terwijl aangevochten, tenzij de beroeps instantie anders beveelt. Voordat een beroep wordt begonnen, moet elke post-beslissing voorzien in de ADO regels worden uitgeput, mits deze de procedure respecteert bepaald in artikel 13.2.2 hieronder beschreven (behalve zoals bepaald in artikel 13.1.3).

13.1.1 Onbeperkte mogelijkheden van de herziening.
De reikwijdte van de hoger beroep herziening omvat alle relevante aspecten van belang voor de zaak en is niet uitdrukkelijk beperkt tot kwesties of bereik van het onderzoek van de initieel beslissingsnemer.

13.1.2 Het CAS/TAS is niet gebonden aan de aangevoerde elementen weerhouden bij het besluit waartegen in beroep word gegaan.
Bij het nemen van zijn beslissing, is het CAS/TAS niet verplicht om te vertrouwen op de beoordelingsvrijheid uitgeoefend door de instantie waarvan de beslissing het voorwerp is van beroep.
[Commentaar bij artikel 13.1.2: CAS/TAS procedure zijn de novo. Voorafgaande procedures doen het bewijs niet beperken of draagt gewicht in de hoorzitting voor CAS/TAS.]

13.1.3 WADA is niet verplicht interne middelen uit te putten.
WADA heeft het recht om beroep aan te tekenen op grond van artikel 13 en als geen enkele andere partij beroep heeft aangetekend tegen de definitieve beslissing in het kader van een proces door een bevoegde instantie, WADA kan een dergelijke beslissing rechtstreeks bij het CAS/TAS beroepen zonder andere rechtsmiddelen uit te putten in het kader van de procedure van de bevoegde instantie.
[Commentaar bij artikel 13.1.3: Wanneer een beslissing is gemaakt voor de laatste fase van de procedure van de bevoegde instantie (bijvoorbeeld een eerste hoorzitting) en geen enkel partij heeft beslist om tegen die beslissing in beroep te gaan bij het volgende fase  van het proces (bijvoorbeeld de Raad van Bestuur), dan kan WADA de resterende stappen in het interne procedure van de bevoegde instantie's omzeilen en een beroep rechtstreeks bij het ​​CAS/TAS aantekenen.]

13.2    Beroep tegen besluiten met betrekking tot dopingpraktijk, gevolgen, voorlopige schorsingen, erkenning van beslissingen en jurisdictie.
Op een beslissing dat een anti-dopingregels overtreding werd begaan, een besluit tot oplegging van gevolgen werd genomen of het niet opleggen van consequenties voor een anti-dopingregels overtreding, of een beslissing dat er geen antidoping regels overtreding is begaan; een beslissing dat een anti-doping regel overtreding procedure niet vooruit kan gaan om procedurele redenen (waaronder bijvoorbeeld, verjaring); een beslissing van het WADA een uitzondering niet te verlenen aan de kennisgeving van zes maanden vereist voor een teruggetrokken sporter terug te laten keren naar wedstrijdverband op grond van artikel 5.7.1; een beslissing van WADA tot het toewijzen van resultaten in het kader van beheer op grond van artikel 7.1 van de Code; een beslissing van de bevoegde instantie om het niet naar voren te brengen van een belastend analyse resultaat of een atypisch resultaat als een anti-dopingregels overtreding, of een besluit om niet verder te gaan met een anti-dopingregels overtreding na een onderzoek op grond van artikel 7.7; een beslissing om een op te leggen voorlopige schorsing als gevolg van een voorlopige hoorzitting; de bevoegde instantie faalt tot naleving van artikel 7.9; een beslissing die de bevoegde instantie onbevoegd verklaart om uitspraak te doen over een vermeende anti-doping regel overtreding of de gevolgen daarvan; een besluit tot schorsing of niet op te schorten, een periode van uitsluiting of herstellen, of niet te herstellen, een voorwaardelijke periode van uitsluiting op grond van artikel 10.6.1; een besluit krachtens artikel 10.12.3; en een besluit van de bevoegde instantie om een ander ADO besluit te erkennen op grond van artikel 15, kan uitsluitend beroep worden aangetekend zoals bepaald in artikel 13.2 -. 13.7

13.2.1 Beroep met betrekking tot Internationale sporters of International evenementen
In gevallen die voortvloeien uit een deelname aan een internationaal evenement of in gevallen waarin internationale niveau sporters zijn betrokken, kunnen op de besluiten uitsluitend beroep worden aangetekend bij het ​​CAS/TAS.
[Commentaar bij artikel 13.2.1:. CAS/TAS beslissingen zijn definitief en bindend, behalve door nietigheidsprocedure of de erkenning van een arbitrale beslissing geëist door de toepasselijke wetgeving.]

13.2.2 Beroep gerelateerd aan andere sporters of andere personen
In gevallen waarin artikel 13.2.1 niet van toepassing is, kan tegen de beslissing in beroep worden gegaan bij een nationaal onafhankelijk en onpartijdig orgaan vastgesteld overeenkomstig de regels en aangenomen door de NADO met jurisdictie over de sporter of andere persoon. De regels voor een dergelijk beroep moeten de volgende beginselen in acht nemen: een tijdige hoorzitting; een rechtvaardig en onpartijdig onderzoek instantie; het recht om te worden vertegenwoordigd door een raadsman voor eigen rekening en een schriftelijk met redenen omkleed besluit binnen een redelijk termijn. Als de NADO een dergelijke instantie niet heeft opgericht, kan op de beslissing beroep worden aangetekend bij CAS/TAS in overeenstemming met de bepalingen die van toepassing zijn voor een dergelijke rechtbank.

13.2.3 Personen die beroep kunnen instellen
In de gevallen bedoeld in artikel 13.2.1, hebben volgende partijen het recht om in beroep te gaan bij CAS/TAS.

  1. de sporter of andere persoon die het onderwerp is van de beslissing in beroep;
  2. de andere partij in de zaak waarin de beslissing is gegeven;
  3. De bevoegde instantie;
  4. de NADO van de persoon; het land van verblijf of landen waar de persoon een nationaal of licentiehouder is
  5. het Internationaal Olympisch Comité of het Internationaal Paralympisch Comité, indien van toepassing, indien de beslissing een effect heeft in verband met de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die in aanmerking kunnen komen voor de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen; en
  6. het WADA.

In de gevallen bedoeld in artikel 13.2.2, de partijen die recht hebben op beroep op nationaal niveau beroepsinstantie zullen deze zijn voorzien in de NADO regels, maar zullen op zijn minst de volgende partijen bevatten:

  1. de sporter of andere persoon die het onderwerp is van de beslissing in beroep;
  2. de andere partij in de zaak betrokken waarin de beslissing is gegeven;
  3. De bevoegde instantie;
  4. van de NADO van de persoon's land van verblijf;
  5. de Internationaal Olympisch Comité of het Internationaal Paralympisch Comité, indien van toepassing, indien de beslissing een effect heeft in verband met de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen, met inbegrip van beslissingen die in aanmerking kunnen komen voor deelname aan de Olympische Spelen of de Paralympische Spelen; en
  6. het WADA.

voor de gevallen bedoeld in artikel 13.2.2, het WADA, het IOC, het IPC, en IFSS zal ook het recht hebben om in beroep te gaan bij CAS/TAS met betrekking tot de beslissing van de NADO beroepsinstantie. Elke partij die recht heeft op het indienen van een beroep heeft het recht op hulp van CAS/TAS om alle relevante informatie te verkrijgen van de ADO tegen wiens beslissing beroep wordt ingesteld, en de informatie moet worden verstrekt indien CAS/TAS hem daartoe aanspoort. Niettegenstaande enige andere bepaling in deze regels, de enige persoon die beroep kan aantekenen tegen een voorlopige schorsing is de sporter of andere persoon aan wie de voorlopige schorsing wordt opgelegd.

13.2.4 Incidentele hogere voorziening en erop volgend beroep zijn toegestaan
Incidentele hogere voorziening en andere erop volgende beroepen gevormd door een verdediger vernoemd in een zaak bij CAS/TAS gebracht op basis van de Code zijn specifiek toegestaan. Iedere partij met een recht van beroep op grond van artikel 13 moet een  incidentele hogere voorziening of een erop volgend beroep aantekenen met ten minste het antwoord van de partij. (Zie afdeling 1 algemene definities,  37° voor meer uitleg)
[Commentaar bij artikel 13.2.4 Deze bepaling is nodig omdat sinds 2011, CAS/TAS-regels niet langer toe staat dat een sporter het recht heeft op beroep aan te tekenen wanneer een ADO beroep heeft aangetekend op een beslissing na verloop van de sporter beroepstermijn. Deze bepaling maakt een volledige hoorzitting voor alle partijen.]

13.3 Het niet tijdig geven van een besluit
Wanneer in een bepaald geval, de FBMC geen besluit kan geven met betrekking tot een anti-dopingregels overtreding binnen door WADA bepaalde redelijke termijn, kan WADA ervoor kiezen om rechtstreeks beroep aan te tekenen bij het ​​CAS/TAS alsof de bevoegde instantie een beschikking heeft genomen waarin geen antidoping regels overtreding werd gepleegd. Als het CAS/TAS hoorzitting instantie vaststelt dat een anti-dopingregels overtreding is begaan en dat de WADA redelijkerwijs handelde in de keuze om direct het CAS/TAS aan te spreken, dan worden WADA's kosten en advocaatkosten in de vervolging van het beroep vergoed aan het WADA door de bevoegde instantie.
[Commentaar bij artikel 13.3: Gezien de uiteenlopende omstandigheden van elk antidoping regels overtreding onderzoek en resultaat management proces, is het niet haalbaar voor de bevoegde instantie om een vaste termijn vast te leggen om te beslissen vóór WADA kan ingrijpen door rechtstreeks beroep bij het ​​CAS/TAS te maken. Echter, alvorens tot een dergelijke actie over te gaan zal WADA overleggen met de bevoegde instantie en geef de bevoegde instantie een kans om uit te leggen waarom het nog geen beslissing heeft genomen.]

13.4 Beroepen betreffende TTN
Op TTN besluiten kan uitsluitend beroep worden aangetekend zoals bepaald in artikel 4.4.

13.5 Kennisgeving van Beroep Beslissingen

13.6 Beroep van besluiten overeenkomstig artikel 12
Beslissingen van IFSS op grond van artikel 12 mag uitsluitend beroep worden aangetekend bij het ​​CAS/TAS door de Nationale Federatie.

13.7 Tijd voor het instellen van beroep

13.7.1 Beroep doen op CAS/TAS
De tijd om het indienen van een beroep bij het ​​CAS/TAS zijn eenentwintig dagen na de datum van ontvangst van de beslissing door de beroep doende partij. Niettegenstaande het bovenstaande, geldt het volgende in verband met beroep indienen door een partij die beroep kon instellen, maar die geen partij was in de procedure die heeft geleid tot de beslissing waarop beroep werd aangetekend:
  1. Binnen vijftien dagen na kennisgeving van het besluit, zo een partijen heeft het recht om een kopie van het dossier te vragen van de instantie die de beslissing heeft gegeven
  2. Indien een dergelijk verzoek wordt gedaan binnen de termijn van vijftien dagen, dan heeft de partij die een dergelijk verzoek heeft ingediend eenentwintig dagen de tijd na het ontvangen van de gegevens om beroep aan te tekenen bij het CAS/TAS

Niettegenstaande bovenstaande, de termijn voor het indienen van een beroep door het WADA zal het langste zijn van volgende::
  1. Eenentwintig dagen na de laatste dag waarop een andere partij een beroep had kunnen indienen ; of
  2. Eenentwintig dagen nadat WADA het volledige dossier's ontvangen heeft betreffende het arrest.

13.7.2 Beroep Krachtens artikel 13.2.2
De tijd om een beroep in te dienen bij een onafhankelijke en onpartijdige instantie op nationaal niveau in overeenstemming met de regels van de NADO worden aangegeven in dezelfde regels van de NADO.

Niettegenstaande bovenstaande, de deadline voor het indienen van een beroep door het WADA is de datum die overeenkomt met de langste looptijd van de volgende:
  1. Eenentwintig dagen na de laatste dag waarop een andere partij een beroep had kunnen indienen ; of
  2. Eenentwintig dagen nadat WADA het volledige dossier's ontvangen heeft betreffende het arrest.
ARTIKEL 14 VERTROUWELIJKHEID EN RAPPORTAGE

14.1 Informatie betreffende belastende analyse resultaten, atypische resultaten en andere vastgestelde Anti-Doping regel Overtredingen

14.1.1 Kennisgeving van de Anti-Doping regel overtredingen aan sporters en andere personen.
Kennisgeving aan sporters of andere personen van vastgestelde antidoping regels overtredingen tegen hen zal plaats vinden zoals bedoeld in de artikelen 7 en 14 van deze antidoping regels. Kennisgeving aan een sporter of andere persoon die lid is van FBMC kan worden bereikt door levering van de kennisgeving aan de vereniging waarbij de persoon lid is..

14.1.2 Kennisgeving van antidoping regel overtredingen aan NADO en WADA
Aankondiging van de vaststelling van een anti-dopingregels overtreding aan NADO’s en het WADA zal plaats vinden zoals bedoeld in de artikelen 7 en 14 van deze antidoping regels, gelijktijdig met de kennisgeving aan de sporter of andere persoon.

14.1.3 Inhoud van een Anti-Doping regel schending kennisgeving.
Kennisgeving van een anti-dopingregels overtreding op grond van artikel 2.1 omvat: de sporter's naam, land, sport en de discipline binnen de sport, de sporter's concurrerend niveau, of de test binnen- of buiten wedstrijd verband was, de datum van de steekproef inzameling, het analyse resultaat gemeld door het laboratorium, en andere informatie zoals vereist door de Internationale Standaard voor Dopingtests en onderzoeken. Kennisgeving van anti-doping anders dan op grond van artikel 2.1 omvat de overtreden regel en de basis van de vastgestelde schending regel overtredingen.

14.1.4 Status Rapporten
De FBMC zal jaarlijks een verslag aan de bevoegde instanties sturen met het aantal van binnen- en buiten wedstrijdverband tests die zijn uitgevoerd in het land in de betrokken periode, met inbegrip van de test resultaten. Behalve met betrekking tot de onderzoeken die niet hebben geleid tot kennisgeving van een anti-dopingregels overtreding op grond van artikel 14.1.1, de NADO’s en WADA zal regelmatig worden op de hoogte gehouden over de status en bevindingen van elke beoordeling of procedures uitgevoerd op grond van artikel 7, 8 of 13 en worden voorzien van een onmiddellijke schriftelijke gemotiveerde uitleg van de beslissing over de oplossing van de zaak.

14.1.5 Vertrouwelijkheid
De ontvangende organisaties zal deze informatie niet bekend maken buiten de personen die het moeten weten (die zou omvatten het juiste personeel aan de geldende Nationaal Olympisch Comité, de Nationale Federatie, en team in een Team Sport) tot de bevoegde instantie het openbaar heeft gemaakt of heeft nagelaten de Publieke bekendmaking te verrichten, zoals vereist in artikel 14.3.

14.1.6 De FBMC zal ervoor zorgen dat informatie over Belastende Analyse resultaten, Atypische Resultaten en andere vastgestelde antidoping regels overtredingen vertrouwelijk blijft totdat deze informatie wordt openbaar gemaakt in overeenstemming met artikel 14.3, en zijn discretie in eender welk contract tussen de bevoegde instantie en een van zijn werknemers (permanente of anderszins), aannemers, agenten en consultants aangegaan, voor de bescherming van dergelijke vertrouwelijke informatie, alsmede voor het onderzoek en disciplinering van onjuiste en/of ongeoorloofde bekendmaking van deze vertrouwelijke informatie.

14.2 kennisgeving van de Anti-Doping Regel overtreding besluiten en aanvraag bestanden.

14.2.1 Anti-doping regel overtreding beslissingen gegeven op grond van artikel 7.11, 8.2, 10.4, 10.5, 10.6, 10.12.3 of 13,5 omvatten de volledige redenen voor het besluit, met inbegrip, indien van toepassing, een verantwoording voor de reden waarom de grootst mogelijke gevolgen niet werden opgelegd. Het besluit wordt in het Engels geschreven.

14.2.2 Een ADO die het recht heeft om een beslissing te ontvangen op grond van artikel 14.2.1 kan, binnen vijftien dagen na ontvangst, vraag doen van een kopie van het volledige dossier met betrekking tot de beslissing in beroep.

14.3 Publieke bekendmaking

14.3.1 De identiteit van een sporter of andere persoon waarvan de FBMC verklaard een anti-doping regel overtreding te hebben begaan kan worden openbaar gemaakt door de FBMC pas na kennisgeving voorgelegd aan de sporter of andere persoon in overeenstemming voorzien in artikel 7.3, 7.4, 7.5 , 7.6 of 7.7 en gelijktijdig aan het WADA en de NADO van de sporter of andere persoon in overeenstemming met artikel 14.1.2.
De bekendmaking omvat de voornaam, achternaam en geboortedatum van de betrokkene, de geschonden rechtsregel, het begin en het einde van de periode van uitsluiting en de sportdiscipline waarin de overtreding is vastgesteld.

14.3.2 Uiterlijk twintig dagen nadat is vastgesteld in een definitieve beslissing van hoger beroep op grond van artikel 13.2.1 of 13.2.2, of van een beroep is afgezien of van een hoorzitting in overeenstemming met artikel 8, of de vaststelling van een anti-doping regel overtreding is niet tijdig aangevochten, zal de FBMC de uitkomst van de zaak publiekelijk moeten openbaren, met inbegrip van de sport, de anti-dopingregels overtreding, de naam van de sporter of andere persoon betrokken bij het plegen van de overtreding, de verboden stof of de betrokken verboden methode (indien aanwezig), en de gevolgen opgelegd.

De FBMC moet ook openbaar verslag uitbrengen binnen twintig dagen na de beslissing van het laatste beroep betreffende de antidoping regels overtredingen, met inbegrip van de hierboven beschreven informatie.

14.3.3 In ieder geval waar wordt bepaald, na een hoorzitting of beroep, dat de sporter of andere persoon geen dopingpraktijk overtreding heeft begaan, kan de beslissing alleen worden bekend gemaakt met de toestemming van de sporter of andere persoon die het onderwerp van de beslissing is. De FBMC zal redelijke inspanningen leveren om deze toestemming te verkrijgen. Als toestemming wordt verkregen, zal de FBMC het publiekelijk bekendmaking van de beschikking in haar geheel of in dergelijke geredigeerde vorm als de sporter of andere persoon het goedkeurt.

14.3.4 Publicatie wordt op een minimum bereikt door het plaatsen van de benodigde informatie op de website van de FBMC of het te publiceren via andere middelen en de informatie zolang de uitsluiting geldt of, als de uitsluiting minder dan één maand bedraagt, gedurende één maand.

14.3.5 Noch de FBMC, noch haar leden, noch enige officiële ambtenaar, zal publiekelijk commentaar geven op de specifieke feiten van ieder hangende zaak (in tegenstelling tot de algemene beschrijving van het proces en de wetenschap), behalve in reactie op publieke reacties toegeschreven aan de sporter of andere persoon tegen wie een anti-dopingregels overtreding wordt verklaard, of hun vertegenwoordigers.

14.3.6 De verplichte openbare rapportage vereist in artikel 14.3.2 word niet vereist indien de sporter of andere persoon welke is bevonden een overtreding te hebben begaan van de anti-doping regel een minderjarige is. Elke optionele openbare rapportage in een zaak waarbij een minderjarige betrokken is moet evenredig zijn met de feiten en omstandigheden van het geval.

14.4 Statistische Rapportage
De FBMC zal ten minste elk jaar een algemeen statistisch verslag van zijn dopingcontrole activiteiten publiceren, met een kopie verstrekt aan WADA. De bevoegde instantie kan ook rapporten publiceren met de naam van de geteste sporter en de datum van elke test.

14.5 Doping Control Information Clearing house

14.6 Data Privacy

14.6.1 De FBMC kan gegevens verzamelen, opslaan, verwerken met betrekking tot persoonlijke informatie tot het openbaren van sporters en andere personen waar nodig en passend in hun anti-doping activiteiten in het kader van de gedrag Code, de International Standaards (met inbegrip van en met name de internationale standaard voor de Bescherming van de privacy en persoonlijke levenssfeer) en deze antidoping regels.

14.6.2 Elke deelnemer die informatie, waaronder persoonsgegevens aan enige persoon indient in overeenstemming met deze antidoping regels wordt geacht te hebben ingestemd, op grond van de geldende wetten inzake gegevensbescherming en anderszins, dat dergelijke informatie kan verzameld, verwerkt, openbaar gemaakt en gebruikt worden door een dergelijke persoon in het kader van de uitvoering van deze antidoping regels, in overeenstemming met de internationale norm voor de bescherming van privacy en persoonlijke levenssfeer en anderszins als nodig is om deze Anti-Doping regels uit te voeren.
ARTIKEL 15 TOEPASSING EN ERKENNING VAN BESLISSINGEN
15.1 Onverminderd het recht op beroep bedoeld in artikel 13, testen, het horen van de resultaten of andere definitieve uitspraken van een ondertekenaar die in overeenstemming zijn met de Code en zijn binnen de die van de Ondertekenaar bevoegdheid is worden erkend en gerespecteerd door de FBMC.
[Commentaar bij artikel 15.1: De mate van erkenning van de TTN beslissingen van andere Antidoping organisaties wordt bepaald door artikel 4.4 en de internationale standaard voor vrijstellingen voor therapeutisch gebruik.]

15.2 FBMC zal de maatregelen erkennen die door andere instanties ,welke niet de code aanvaard hebben, als de regels van die organen op één of andere wijze in overeenstemming zijn met de Code.
[Commentaar bij artikel 15.2: Waar de beslissing van een orgaan die de Code niet heeft geaccepteerd is in sommige opzichten Code meegaand en in andere opzichten niet code meegaand, de bevoegde instantie en haar nationale federaties zullen proberen om het besluit toe te passen in overeenstemming met de principes van de Code. Bijvoorbeeld, als in een proces in overeenstemming met de Code een niet-ondertekenaar een sporter die een anti-dopingregels overtreding heeft gepleegd op grond van de aanwezigheid van een verboden stof in zijn of haar lichaam heeft bevonden, maar de periode van uitsluiting die toegepast wordt korter is dan de in deze antidoping regels periode, dan zal de bevoegde instantie de vaststelling van de antidoping regels overtreding herkennen en kan een hoorzitting in overeenstemming met artikel 8 uit voeren om te bepalen of een langere periode van uitsluiting als deze in deze Anti-Doping regels moeten worden opgelegd.]

15.3 Onverminderd het recht op beroep bedoeld in artikel 13, word elke beslissing van IFSS met betrekking tot een overtreding van de antidoping regels worden erkend door de FBMC.
ARTIKEL 16    VERPLICHTINGEN VAN NATIONALE FEDERATIES EN VERENIGINGEN.
ARTIKEL 17 VERJARING
Geen antidoping regels overtreding procedure kan worden begonnen tegen een sporter of andere persoon, tenzij hij of zij in kennis is gesteld van de antidoping regels overtreding, zoals bepaald in artikel 7, of de kennisgeving is redelijkerwijs geprobeerd, binnen tien jaar vanaf de datum waarop de overtreding wordt verklaard te hebben plaats gevonden.

ARTIKEL 18

ARTIKEL 19

ARTIKEL 20 WIJZIGING EN INTERPRETATIE VAN ANTI-DOPING REGELS

20.1 Deze antidoping regels kan van tijd tot tijd worden gewijzigd door de bevoegde instantie.

20.2 Deze antidopingregels moeten geïnterpreteerd worden als een onafhankelijke en autonome tekst en niet
als een verwijzing naar bestaande wettelijke bepalingen of statuten.

20.3 De titels gebruikt in de verschillende onderdelen en artikels van deze Anti-Doping Regels zijn alleen voor het gemak van het lezen en dient niet te worden beschouwd als onderdeel van de inhoud van de regels noch op enigerlei wijze de inhoud aantasten van de bepaling waarnaar ze verwijzen.

20.4 De Code, de International Standaards en de toepasselijke decreten worden geacht integraal deel uit te maken van deze Anti-Doping Regels en prevaleren in geval van conflict.

20.5 Deze Anti- Doping regels zijn aangenomen op grond van de toepasselijke bepalingen van de Code en worden uitgelegd op een wijze die in overeenstemming is met de toepasselijke bepalingen van de Code. De introductie wordt beschouwd als een integraal onderdeel van deze antidoping regels.

20.6 De Commentaren annoteren verschillende bepalingen van de Code van deze antidoping regels en worden gebruikt om deze antidoping regels te interpreteren.

20.6.1 De blauwe teksten zijn informatieve teksten aangaande de verschillende bevoegde instanties.

20.7 Deze antidoping regels zijn van kracht op [1 januari 2015] (de "Ingangsdatum"). Zij zullen niet met terugwerkende kracht van toepassing zijn op zaken aanhangig voor de ingangsdatum; op voorwaarde echter dat:

20.7.1 antidoping regel overtredingen die plaatsvinden voorafgaand aan de ingangsdatum tellen als "eerste overtreding" of "tweede overtreding" voor het bepalen van sancties op grond van artikel 10 voor overtredingen die plaatsvinden na de ingangsdatum.

20.7.2 De retrospectieve periodes waarin voorafgaande overtredingen kan worden beschouwd voor de toepassing van meerdere overtredingen op grond van artikel 10.7.5 en het statuut van beperkingen uiteengezet in artikel 17, zijn de procedure regels en moeten met terugwerkende kracht worden toegepast; op voorwaarde echter dat artikel 17 slechts met terugwerkende kracht wordt toegepast indien de verjaringstermijn niet reeds door de effectieve datum verstreken is. Anders, met betrekking tot een anti-doping regel overtreding zaak die aanhangig is vanaf de ingangsdatum en eventuele anti-doping regel overtreding zaak die na de effectieve datum op basis van een antidoping regels overtreding, die voorafgaand aan de ingangsdatum heeft plaatsgevonden, de zaak wordt beheerd door het grond van de anti-doping regels van kracht op het moment dat de vermeende antidoping regels overtreding heeft plaatsgevonden, tenzij de hoorzitting instantie dat het principe van "lex mitior minst zware maximum straf" van toepassing onder de omstandigheden van de zaak.

20.7.3 Elke overtreding van artikel 2.4 als locatie (gebrek aan informatie over de locatie of gemiste testen verzenden, in overeenstemming met de gegeven definities aan die termen in de internationale norm voor het testen en onderzoek) gepleegd vóór de datum van inwerkingtreding moet worden voortgezet en in aanmerking kunnen worden genomen voordat het in overeenstemming met de internationale norm voor het testen en onderzoeken verloopt, maar worden geacht te zijn vervallen 12 maanden nadat het werd gepleegd.

20.7.4 Met betrekking tot gevallen waarin een definitieve beschikking waarbij een anti-doping overtreding voorafgaand aan de ingangsdatum is bewezen, maar waar de sporter of andere persoon nog steeds binnen de tucht van de opschorting is bij aanvang van de ingangsdatum, de sporter of andere persoon kan aan de ADO die verantwoordelijk is voor het beheer van de resultaten van de anti-doping overtreding vragen om een vermindering in overweging te nemen van de periode van opschorting op basis van de tegenwoordige Anti-Doping Regels. Om geldig te zijn, moet het verzoek worden gedaan vóór het verstrijken van de periode van opschorting. Tegen de uitspraak kan op grond van artikel 13.2 in beroep worden gegaan. Deze anti-doping regels zijn niet van toepassing op gevallen op een definitieve beschikking waarbij een anti-doping overtreding is gemaakt en waar de periode van schorsing is verlopen.

20.7.5 Voor de beoordeling van de duur van de schorsing voor een tweede overtreding in de zin van artikel 10.7.5, waarbij de straf voor de eerste overtreding werd bepaald volgens de regels die gelden voor de ingangsdatum, zal de periode van schorsing die zou zijn beoordeeld voor de eerste overtreding als zou de tegenwoordige Anti-Doping Regels van toepassing geweest zijn, zal toegepast worden.
ARTIKEL 21 INTERPRETATIE VAN DE CODE

21.1 De officiële tekst van de Code wordt bijgehouden door het WADA en zal in het Engels en het Frans gepubliceerd worden. In het geval van een conflict tussen de Engels en Franse versie, zal de Engels versie prevaleren.

21.2 De verschillende wettekst Commentaren moeten worden gebruikt om de Code te interpreteren.

21.3 De Code mag worden geïnterpreteerd als een onafhankelijke en autonome tekst en niet op basis van de bestaande wetgeving of de statuten van de Ondertekenaars of overheden.

21.4 De titels voor de verschillende onderdelen en de artikelen van de code zijn uitsluitend voor het gemak en wordt niet geacht een deel van de inhoud van de Code of van invloed zijn op geen enkele manier de taal van de bepalingen waarop ze betrekking hebben.

21.5 De code is niet met terugwerkende kracht van toepassing om de zaken in behandeling vóór de datum waarop de code door een ondertekenaar is aanvaard en in haar reglement opgenomen. Toch zou de eerdere antidopingregels schendingen bij de uitvoering van de Code blijven tellen als "eerste overtreding" of "tweede overtreding" voor het bepalen van de sancties uit hoofde van artikel 10 voor overtredingen die na de inwerkingtreding van de Code van kracht zijn.

21.6 De "Doel, reikwijdte en de organisatie van de World Anti-Doping Programma en de Code," Bijlage 1 - Definities en Bijlage 2 - Voorbeelden van toepassing van artikel 10 zal worden beschouwd als een integraal onderdeel van de Code.
ARTIKEL 22 VERANTWOORDELIJKHEDEN VAN SPORTERS EN ANDERE PERSONEN

22.1 Rollen en verantwoordelijkheden van sporters
Elke sporter is verplicht:

22.1.1 op de hoogte te zijn van de antidopingregels en ze na te leven;

22.1.2 op elk ogenblik bereid te zijn zich aan een controle te onderwerpen;
[Commentaar bij artikel 22.1.2: Met inachtneming van de sporter rechten van de mens en de persoonlijke levenssfeer, soms legitimeert een anti-doping overwegingen om een staal collectie laat op de avond of vroeg in de ochtend. Zo is het bekend dat sommige sporters een lage doses van EPO gebruiken tijdens deze uren zodat deze in de ochtend niet op te sporen zijn.]

22.1.3 verantwoordelijkheid nemen, in het kader van anti-doping, voor wat ze innemen en gebruiken.

22.1.4 medisch personeel op de hoogte te brengen van zijn verplichting geen verboden stoffen of methoden te gebruiken en er zo voor te zorgen dat een medische behandeling de antidopingregels niet schendt;

22.1.5 NADO Vlaanderen en haar federatie en internationale federatie op de hoogte te brengen van elke veroordeling (door een niet ondertekenaar van de code) wegens dopingpraktijken in de laatste tien jaar;

22.1.6 mee te werken aan elk onderzoek van een ADO naar dopingpraktijken.

22.1.7 Het ontbreken van volledige samenwerking van een sporter met een sport-doping organisaties die onderzoek verricht van een doping overtreding wordt bestraft met een [gebrek aan vervolging] onder [tuchtrecht / gedragscode] van de bevoegde instantie.

22.2  Verantwoordelijkheden van sporter ondersteunend personeel

Elke begeleider is verplicht:

22.2.1 op de hoogte te zijn van de antidopingregels, zowel de regels die op de sporters als op hem van toepassing zijn, en ze na te leven;

22.2.2 mee te werken aan de dopingbestrijding

22.2.3 zijn invloed te gebruiken om de sporter antidopingwaarden en -gedrag bij te brengen;

22.2.4 NADO Vlaanderen en haar federatie en internationale federatie op de hoogte te brengen van elke veroordeling (door een niet ondertekenaar van de code) wegens dopingpraktijken in de laatste tien jaar;

22.2.5 mee te werken aan elk onderzoek van een ADO over dopingpraktijken;

22.2.6 Het ontbreken van volledige samenwerking van een sporter met een sport-doping organisaties die onderzoek verricht van een doping overtreding wordt bestraft met een [gebrek aan vervolging] onder [tuchtrecht / gedragscode] van de bevoegde instantie.

22.2.7 geen verboden stof of methode te gebruiken zonder geldige reden.

22.2.8 gebruik of bezit van een verboden stof of verboden methode door een sporter begeleidend personeel zonder geldige reden kan leiden tot een last van misdrijf schadelijk voor de sport onder de bevoegde instantie's Disciplinaire Code en procedures.
HOOFDSTUK 2 Disciplinaire maatregelen voor begeleiders

Art. 25.
De FBMC is bevoegd voor de vervolging en disciplinaire bestraffing van de overtreding inzake dopingpraktijken, gepleegd door begeleiders die hetzij lid zijn van de federatie, hetzij een contractuele band hebben met de federatie, hetzij een contractuele band hebben met een sporter die lid is van de federatie.
Elke begeleider die ervan wordt beschuldigd een dopingpraktijk te hebben gepleegd, heeft recht op een eerlijk proces, dat op zijn minst een hoorzitting inhoudt binnen een redelijke termijn door een onpartijdige commissie, die binnen een redelijke termijn een gemotiveerd oordeel velt.
Van het recht op een hoorzitting, vermeld in het derde lid, kan door de begeleider expliciet of impliciet afstand worden gedaan door de beschuldiging niet te betwisten binnen de termijn, opgegeven in het tuchtreglement van de FBMC.
De zaak kan, mits het akkoord van alle partijen die overeenkomstig artikel 13.2.3 van de Code beroep zouden kunnen aantekenen, overeenkomstig artikel 8.5 van de Code ook onmiddellijk gehoord worden door het TAS, zonder voorafgaande disciplinaire procedure op nationaal niveau.
De FBMC deelt elke disciplinaire uitspraak over de betrokken begeleider binnen vijf werkdagen mee aan de begeleider, de andere partij in de zaak waarin uitspraak is gedaan, de internationale federatie, NADO Vlaanderen, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, aan het WADA en de NADO van de woonplaats van de begeleider.
De kennisgeving, vermeld in het vijfde lid, omvat de beslissing, de motivering, in voorkomend geval de reden waarom de maximumsanctie niet is opgelegd, en een korte samenvatting in het Engels of in het Frans.
Al de partijen, vermeld in het vijfde lid, kunnen overeenkomstig artikel 13.2.3 van de Code tegen de beslissing van de FBMC, beroep aantekenen bij een beroepsinstantie op nationaal niveau of het TAS.
Afdeling 2 Disciplinaire organen voor nationale elite sporters

Onderafdeling 1 Disciplinaire commissie

Art. 28.
§ 1. Bij FBMC wordt een disciplinaire commissie voor internationale elite sporters en hun begeleiders, hierna disciplinaire commissie te noemen, opgericht.
De disciplinaire commissie bestaat uit drie leden, onder wie een voorzitter, die door de FBMC raad van bestuur worden benoemd worden voor de zaak aanhangig gemaakt.
De disciplinaire commissie wordt bijgestaan door een secretaris die de werkzaamheden en beslissingen notuleert.
§ 2. De disciplinaire commissie is bevoegd om in de aangelegenheden, vermeld in artikel 30, de disciplinaire sancties vermeld in artikel 41, te nemen ten aanzien van breedte sporters en hun begeleiders, volgens de procedure vermeld in artikel 31 tot en met 35.

Onderafdeling 2 Disciplinaire raad

Art. 29.
§ 1. Bij FBMC wordt een disciplinaire raad voor nationaal elite sporters en hun begeleiders, hierna disciplinaire raad te noemen, opgericht.
De disciplinaire raad bestaat uit drie leden, onder wie een voorzitter, die door de FBMC raad van bestuur worden benoemd worden voor de zaak aanhangig gemaakt.
De disciplinaire raad wordt bijgestaan door een secretaris die de werkzaamheden en beslissingen notuleert.
§ 2. De disciplinaire raad behandelt het hoger beroep dat, volgens de procedure, vermeld in artikel 36 tot en met 39, ingesteld wordt tegen de beslissingen van de disciplinaire commissie.

Afdeling 3 Bevoegdheid en procedure

Onderafdeling 1 Disciplinaire commissie

Art. 30.
De disciplinaire commissie, neemt kennis van :

  1. de overtreding inzake dopingpraktijken door de nationaal elite sporter begaan;
  • ...
  • de aangelegenheden vermeld in artikel 41, § 5, eerste lid.

  • Art. 31.
    FBMC stuurt, op de wijze die door het reglement is bepaald, alle stukken die verband houden met de overtredingen, vermeld in artikel 30, naar de voorzitter van de disciplinaire commissie.

    Art. 32.
    § 1. Als de voorzitter van de disciplinaire commissie van oordeel is dat, op basis van eenduidige stukken in het aan hem bezorgde dossier, er geen sprake is van een dopingpraktijk, kan hij de zaak voorleggen in besloten vergadering aan de disciplinaire commissie met het oog op seponering. De seponering kan alleen uitgesproken worden door de disciplinaire commissie met eenparigheid van stemmen. Een afschrift van de beslissing tot seponering wordt per aangetekende brief naar de sporter gestuurd en, in voorkomend geval, naar de ouders, de voogden of degenen die verantwoordelijk zijn voor de minderjarige sporter.
    Behalve bij seponering, als vermeld in het eerste lid, stelt de voorzitter de zaak vast op een zitting van de disciplinaire commissie, binnen de termijnen die bepaald zijn door deze reglementen
    § 2. De sporter wordt ten minste veertien dagen voor de zitting per aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op de plaats, de dag en het uur die door de voorzitter worden bepaald.
    Als de sporter minderjarig, maar ten minste vijftien jaar oud is, wordt hij samen met zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, ten minste veertien dagen voor de zitting per aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op de plaats, de dag en het uur die door de voorzitter worden bepaald.
    Als de minderjarige sporter geen vijftien jaar oud is, worden alleen de ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, ten minste veertien dagen voor de zitting per aangetekende brief opgeroepen om te verschijnen op de plaats, de dag en het uur die door de voorzitter worden bepaald.
    De minderjarige sporter die geen vijftien jaar oud is, wordt op de hoogte gebracht van de zitting en heeft het recht gehoord te worden op eigen verzoek.
    § 3. De oproepingsbrief vermeldt de overtredingen waarvoor de sporter zich moet verantwoorden en de plaats waar de sporter, zijn advocaat of zijn arts en in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die verantwoordelijk zijn voor de minderjarige sporter, het dossier kunnen inzien en er een afschrift van kunnen nemen.

    Art. 33.
    § 1. De zittingen van de disciplinaire commissie gebeuren achter gesloten deuren .
    § 2. De behandeling verloopt op tegenspraak. Als de sporter en, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, niet verschijnen op de dag en het uur, bepaald in de oproepingsbrief, wordt de zaak bij verstek behandeld.
    § 3. De sporter, en in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, hebben het recht :
    1. zich te laten bijstaan door een advocaat of arts van hun keuze;
    2. als de disciplinaire commissie het toestaat, zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat van hun keuze;
    3. zich te laten bijstaan door iemand die als vertaler kan optreden, als de sporter de Nederlandse taal niet verstaat of niet spreekt.
    § 4. De behandeling verloopt als volgt :
    1. de voorzitter zet de zaak uiteen;
    2. de sporter en als de sporter minderjarig is, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben overeenkomstig artikel 32, worden gehoord en hebben het recht aanvullende onderzoeksmaatregelen te vragen, onder meer het horen van getuigen en deskundigen;
    3. de vertegenwoordiger van FBMC, wordt op zijn verzoek gehoord en heeft het recht aanvullende onderzoeksmaatregelen te vragen, onder meer het horen van getuigen en deskundigen;
    4. de disciplinaire commissie beveelt, als daartoe grond bestaat, een aanvullend onderzoek of het horen van getuigen of deskundigen;
    5. de sporter en, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, dragen de middelen van verdediging voor;
    6. de vertegenwoordiger van FBMC heeft het recht om op de middelen van verdediging te antwoorden;
    7. de sporter en als de sporter minderjarig is, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben overeenkomstig artikel 32, hebben het recht daarop tegenantwoord te bieden en behouden het laatste woord;
    8. de voorzitter verklaart de debatten gesloten.

    Art. 34.
    De beraadslaging is geheim. De beslissing wordt genomen bij meerderheid van stemmen van de leden van de disciplinaire commissie.
    De beslissing wordt uitgesproken door de voorzitter, hetzij onmiddellijk, hetzij binnen veertien dagen die volgen op de zitting waarop de debatten gesloten zijn verklaard.
    Een afschrift van de beslissing wordt binnen zeven dagen met een aangetekende brief naar de sporter en, in voorkomend geval, naar de ouders, de voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, gestuurd, alsook naar NADO Vlaanderen, de NADO van de woonplaats van de sporter, zijn federatie, de IFSS, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, en naar het WADA.
    De kennisgeving, vermeld in het tweede lid, omvat de beslissing, de motivering, in voorkomend geval de reden waarom de maximumsanctie niet is opgelegd, en een korte samenvatting in het Engels of in het Frans.

    Art. 35.
    § 1. Tegen een beslissing die bij verstek is genomen, kunnen de sporter of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook NADO Vlaanderen, de NADO van de woonplaats van de sporter, zijn federatie, de internationale federatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, en het WADA verzet aantekenen met een aangetekende brief, gericht aan de voorzitter van de disciplinaire commissie.
    Om ontvankelijk te zijn, moet het verzet worden aangetekend binnen veertien dagen na de dag van de verzending van de aangetekende brief, vermeld in artikel 34, derde lid.
    Het instellen van verzet heeft geen opschortende werking.
    § 2. De voorzitter stelt de zaak opnieuw vast op de eerstkomende zitting van de disciplinaire commissie, die gehouden moet worden binnen een maand nadat het verzet hem is meegedeeld.
    § 3. Het verzet wordt als ongedaan beschouwd als de sporter en, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, die verzet hebben aangetekend, niet verschijnen in persoon of via hun advocaat.
    In dat geval kan tegen de beslissing, op het verzet gewezen, alleen hoger beroep worden aangetekend.

    Onderafdeling 2 Disciplinaire raad

    Art. 36.
    De disciplinaire raad neemt kennis van het hoger beroep dat door de sporter of, in voorkomend geval, door zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, of door NADO Vlaanderen, de NADO van de woonplaats van de sporter, het WADA of zijn federatie of internationale federatie, het IOC of IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, kan worden ingesteld tegen de beslissingen die op grond van artikel 30, 1°, 2°, 3° of 4°, door de disciplinaire commissie zijn genomen.
    Het instellen van het hoger beroep tegen de beslissing van de disciplinaire commissie schorst de beslissing van de disciplinaire commissie niet, tenzij nadat de disciplinaire raad dat heeft bevolen.

    Art. 37.
    Het hoger beroep wordt ingesteld met een aangetekende brief die gericht is aan de voorzitter van de disciplinaire raad.
    Om ontvankelijk te zijn moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen na de dag van de uitspraak van de beslissing van de disciplinaire commissie of, als de beslissing bij verstek van een van de partijen, vermeld in artikel 34, is genomen, binnen veertien dagen na de dag van de verzending van de aangetekende brief, vermeld in artikel 34.
    Als hoger beroep wordt ingesteld, hebben de andere partijen, vermeld in artikel 34, het recht om in de procedure tussen te komen en alle feiten en middelen voor te dragen die ze nuttig achten met het oog op de behandeling van het beroep.

    Art. 38.
    De bepalingen van artikel 32, § 2 en § 3, artikel 33, 34 en 35, § 1, § 2 en § 3, eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de procedure in hoger beroep.

    Art. 39.
    De betrokken sporter, of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook de NADO van de woonplaats van de sporter, het IOC of het IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, het WADA en de bevoegde federatie en de internationale federatie kunnen tegen de beslissing van de disciplinaire raad beroep aantekenen bij de Raad van State of CAS/TAS.
    Als beroep wordt aangetekend, hebben de betrokken sporter, of, in voorkomend geval, zijn ouders, voogden of degenen die de minderjarige onder hun bewaring hebben, alsook de NADO van de woonplaats van de sporter, het IOC of het IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, het WADA en de bevoegde federatie en de internationale federatie het recht om in de procedure tussen te komen en alle feiten en middelen voor te dragen die zij nuttig achten met het oog op de behandeling van het beroep.

    Art. 40.
    Afdeling 4 Disciplinaire sancties

    Art. 41.

    § 1. In geval van de overtredingen, vermeld in artikel 30, 1°, 2° en 3°, zal de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep :
    de uitsluiting van de sporter uitspreken overeenkomstig de bepalingen van artikel 42, die inhoudt dat aan de sporter een verbod wordt opgelegd om aan een sportactiviteit deel te nemen als sporter alsook in om het even welke andere hoedanigheid;
    1. overeenkomstig de bepalingen van artikel 42, een berisping uitspreken.
    2. als de overtreding verband houdt met een dopingtest binnen wedstrijdverband in een individuele sport, de diskwalificatie uitspreken van het resultaat van de sporter, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke.

    In geval van de overtredingen, vermeld in artikel 30, 1°, 2° en 3°, kan de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep bijkomend beslissen :
    aan de meerderjarige sporter een administratieve geldboete op te leggen;
    1. welk gedeelte van de kosten voor de controles, vermeld in artikel 5 en 6, en welk deel van de kosten, die verbonden zijn aan de procedure, vermeld in artikel 24, 32 en 38, ten laste van de sporter worden gelegd.

    Het bedrag van de eventuele opgelegde administratieve geldboete wordt door de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep soeverein bepaald, rekening houdend met de ernst van de feiten. Het kan evenwel niet meer bedragen dan 25.000 euro.
    De disciplinaire raad legt, eventueel bijkomend, aan de meerderjarige sporter een administratieve geldboete op van 100 tot 1000 euro als hij oordeelt dat het bij hem ingestelde hoger beroep tergend en roekeloos is.
    Als de sporter wordt vrijgesproken door de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad ingevolge het negatieve resultaat van de tweede analyse, leggen de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad de analysekosten van de tweede analyse ten laste van de instantie die de dopingtest heeft bevolen.
    § 2. Geen enkele van de sancties, vermeld in paragraaf 1, sluit de individuele sportbeoefening voor louter recreatieve doeleinden van de sporter uit.
    § 3. De voorzitter van de disciplinaire commissie, of van de disciplinaire raad in hoger beroep, noteert de aanvangsdatum en de einddatum van de uitsluiting in de disciplinaire uitspraak.
    § 4. FBMC deelt de aan de sporter opgelegde sanctie van uitsluiting, nadat die definitief geworden is, mee aan de sporter, de federatie, de NADO van de woonplaats van de sporter, de internationale federatie, het IOC of het IPC als de beslissing een effect kan hebben op de volgende Olympische of Paralympische Spelen, en aan het WADA.
    § 5. Als FBMC vaststelt dat de sporter de opgelegde uitsluiting niet naleeft, wordt dat ter kennis gebracht van de voorzitter van de disciplinaire commissie. De disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep zal dan beslissen dat de termijnen van het eerder opgelegde verbod opnieuw aanvangen na het einde ervan en kan, bijkomend, aan de meerderjarige sporter een administratieve geldboete opleggen. Bovendien beslissen de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad in hoger beroep welk gedeelte van de kosten, verbonden aan de procedure voor de disciplinaire commissie en de disciplinaire raad, ten laste van de sporter wordt gelegd.
    Artikel 32 tot en met 39 zijn van overeenkomstige toepassing op de in het vorige lid bedoelde procedures.
    § 6. De disciplinaire procedure houdt, in voorkomend geval, rekening met de bijzondere kwetsbare positie van de sporter die gepaard kan gaan met zijn jeugdige leeftijd.

    Art. 42.
    § 1. Bij een eerste overtreding, wordt de uitsluiting van de sporter als volgt bepaald:

    • voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.1, 2.2 of 2.66:
    a) vier jaar uitsluiting als het opzettelijk was, tenzij paragraaf 6 van toepassing is;
    b) twee jaar uitsluiting als het niet opzettelijk was, tenzij paragraaf 4, 5 of 6 van toepassing is.
    Als de dopingpraktijk verband houdt met een specifieke stof, dient het bewijs van het opzettelijk karakter geleverd te worden door FBMC.
    Als de dopingpraktijk verband houdt met een niet-specifieke stof, dient het bewijs van het niet-opzettelijk karakter geleverd te worden door de sporter;

    • voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.3:
    a) vier jaar uitsluiting, tenzij paragraaf 4, 5, of 6 van toepassing is;
    b) twee jaar uitsluiting indien de sporter heeft verzuimd zich aan een monstername te onderwerpen en kan aantonen dat het niet opzettelijk was, tenzij paragraaf 4, 5 of 6 van toepassing is;
    1. voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.4: twee jaar uitsluiting, behoudens verkorting tot minimum één jaar, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter, tenzij paragraaf 6 van toepassing is.
    2. De verkorting tot minimum één jaar is niet mogelijk als de sporter zijn verblijfsgegevens herhaaldelijk op het laatste moment heeft gewijzigd of andere handelingen heeft gesteld die een ernstig vermoeden doen rijzen dat de sporter heeft trachten te vermijden om voor een dopingtest beschikbaar te zijn;
    3. voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.5: vier jaar uitsluiting, tenzij paragraaf 6 van toepassing is;
    4. voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.7° : minimaal vier jaar en maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de inbreuk, tenzij paragraaf 6 van toepassing is. Een inbreuk waarbij een minderjarige betrokken is, wordt als een bijzonder ernstige overtreding beschouwd;
    5. voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.8 : minimaal vier jaar en maximaal levenslang, afhankelijk van de ernst van de inbreuk, tenzij paragraaf 6 van toepassing is. Een inbreuk waarbij een minderjarige betrokken is, wordt als een bijzonder ernstige overtreding beschouwd;
    6. voor een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.10 : twee jaar, behoudens een vermindering tot minimum één jaar, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter en de andere omstandigheden van het geval, tenzij paragraaf 6 van toepassing is.

    § 2. Bij een tweede overtreding, wordt de uitsluiting van de sporter als volgt bepaald: met behoud van de toepassing van paragraaf 8, de langste van de volgende perioden:
    1. zes maanden;
    2. de helft van de uitsluitingsperiode die voor de eerste overtreding werd opgelegd, zonder eventuele toepassing van paragraaf 6;
    3. twee keer de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is op de tweede overtreding als die beschouwd zou worden als een eerste overtreding, zonder toepassing van paragraaf 6.
    De uitsluitingsperiode bepaald zoals hierboven mag dan verder verminderd worden door toepassing van paragraaf 6.
    § 3. Bij een derde overtreding, wordt de uitsluiting van de sporter als volgt bepaald.
    Met behoud van de toepassing van paragraaf 8, levenslange schorsing, tenzij in één van de volgende gevallen:
    1. de derde dopingpraktijk de voorwaarden vervult van opheffing of vermindering van de uitsluitingsperiode van paragraaf 4 of paragraaf 5;
    2. het een dopingpraktijk als vermeld in artikel 2.4, betreft.
    In deze gevallen wordt de uitsluitingsperiode verminderd van acht jaar tot levenslang.
    § 4. Als de sporter kan aantonen dat hem geen schuld of nalatigheid te verwijten valt, vervalt de periode van uitsluiting.
    Deze paragraaf is alleen van toepassing op de oplegging van sancties, en dus niet op de bepaling of al dan niet een dopingpraktijk is begaan. Het is alleen van toepassing in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld indien een sporter zou kunnen bewijzen dat hij of zij, ondanks alle genomen voorzorgen, door een tegenstrever is gesaboteerd.
    Deze paragraaf kan niet toegepast worden in de voorbeelden opgesomd onder paragraaf 5, waarbij een verminderde sanctie wegens geen significante schuld of nalatigheid kan opgelegd worden.
    § 5. Als de sporter kan aantonen dat hem geen significante fout of nalatigheid te verwijten valt, wordt de periode van uitsluiting afhankelijk van de dopingpraktijk verminderd als volgt:
    1. als de dopingpraktijk vermeld in artikel 2.1,2.2 of 2.6, betrekking heeft op een specifieke stof: minstens een berisping en maximum twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter;
    2. als de sporter kan aantonen dat de dopingpraktijk vermeld in artikel 2.1,2.2 of 2.6, afkomstig is van een besmet product : minstens een berisping en maximum twee jaar uitsluiting, afhankelijk van de schuldgraad van de sporter. Bij de beoordeling van de schuldgraad van de sporter zou het bijvoorbeeld gunstig zijn voor de sporter als hij of zij het product waarvan later werd vastgesteld dat het besmet was, had vermeld op zijn of haar dopingcontroleformulier;
    3. in andere gevallen dan vermeld in 1° en 2°, kan de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode, met behoud van eventuele verdere vermindering op grond van paragraaf 6, worden verkort op basis van de schuldgraad van de sporter, maar de verkorte uitsluitingsperiode mag niet korter zijn dan de helft van de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode.
    4. Indien de normaal toepasselijke uitsluitingsperiode levenslang is, mag de overeenkomstig punt 3° verkorte periode niet minder dan acht jaar bedragen.

    Afhankelijk van de unieke feiten van een bepaald geval, kunnen de volgende voorbeelden resulteren in een verminderde sanctie wegens gebrek aan significante schuld of nalatigheid :
    1. een positieve controle als gevolg van de inname van een verkeerd gelabeld of verontreinigd vitamine- of voedingssupplement;
    2. de toediening van een verboden stof door de persoonlijke arts of trainer van de sporter zonder dit aan de sporter te hebben gemeld;
    3. sabotage van voeding of drank van een sporter door een echtgenoot/echtgenote, coach of andere begeleider die tot de entourage van de sporter behoort.
    § 6. Andere redenen om de periode van uitsluiting te doen vervallen of verminderen:
    1. indien de sporter de NADO, een strafrechtelijke instantie of tuchtorgaan na een uitspraak in eerste aanleg, substantiële hulp heeft geboden bij het ontdekken of vaststellen van een dopingpraktijk van een andere persoon In uitzonderlijke omstandigheden kan WADA de uitsluiting zelfs volledig opschorten.  
    2. als een sporter vrijwillig een dopingpraktijk bekent vóór hem een monsterneming wordt aangekondigd die een dopingpraktijk zou kunnen aantonen of, als het een andere dopingpraktijk betreft dan vermeld in artikel 2.1, voor hij de eerste kennisgeving van de toegegeven overtreding ontvangt en die bekentenis het enige betrouwbare bewijs is van de overtreding op het ogenblik van de bekentenis, kan zijn uitsluitingsperiode worden verminderd tot de helft van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is.

    Deze bepaling is van toepassing wanneer een sporter uit eigen beweging een dopingpraktijk bekent in omstandigheden waarbij geen enkele antidopingorganisatie er zich van bewust is dat mogelijk een dopingpraktijk is begaan en is niet van toepassing op situaties waarbij de bekentenis plaatsvindt nadat de sporter denkt dat hij of zij zal worden betrapt.

    De mate waarin de uitsluitingsperiode wordt verkort, moet gebaseerd zijn op de kans dat de sporter zou zijn betrapt indien hij of zij zich niet vrijwillig had aangegeven;

  • een sporter die een uitsluiting van vier jaar riskeert wegens een eerste overtreding van artikel 2.1, 2.2, 2.4, 2.5 of 2.6, kan, door de dopingpraktijk waarvan hij wordt beschuldigd onmiddellijk te bekennen na te zijn geconfronteerd door FBMC en ook na goedkeuring en naar goeddunken van zowel het WADA als NADO Vlaanderen, een verkorting van de uitsluitingsperiode tot minimaal twee jaar krijgen, afhankelijk van de ernst van de overtreding en de schuldgraad van de sporter.
  • § 7. Als een sporter aanspraak kan maken op vermindering van sanctie op meer dan één grond vermeld in paragraaf § 4, § 5 of § 6, geldt dat voor een vermindering of schorsing op basis van paragraaf 6, wordt toegepast, de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is, moet worden bepaald in overeenstemming met de vorige paragrafen. Als de sporter aanspraak maakt op een vermindering of opschorting van de uitsluitingsperiode op basis van paragraaf 6, kan de uitsluitingsperiode worden verminderd of opgeschort, zonder ooit minder lang te zijn dan een vierde van de uitsluitingsperiode die normaal van toepassing is.
    § 8. Als de periode van uitsluiting vervalt wegens afwezigheid van schuld of fout van de sporter, telt de overtreding niet mee voor het vaststellen van de periode van uitsluiting die geldt voor meervoudige overtredingen.
    Om te worden bestraft wegens een tweede of derde overtreding, kan een dopingpraktijk alleen als een tweede overtreding worden beschouwd als wordt aangetoond dat de sporter de tweede dopingpraktijk heeft begaan nadat hij op de hoogte was gebracht van de eerste overtreding, of nadat de opdrachtgever redelijke inspanningen heeft geleverd om hem op de hoogte te brengen van de eerste overtreding. Als de opdrachtgever dat niet kan bewijzen, worden de overtredingen samen als één enkele eerste overtreding beschouwd en zal de opgelegde sanctie gebaseerd zijn op de overtreding waarop de strengere sanctie staat.
    Als na de bestraffing van een eerste overtreding feiten worden ontdekt met betrekking tot een dopingpraktijk van de sporter die zich hebben voorgedaan vóór de kennisgeving met betrekking tot de eerste overtreding, wordt een aanvullende sanctie opgelegd op basis van de sanctie die had kunnen worden opgelegd als tegelijkertijd uitspraak was gedaan over beide overtredingen.
    Voor de toepassing van paragraaf 2 of 3 moeten alle overtredingen plaatsvinden binnen dezelfde periode van tien jaar om als meervoudige overtredingen beschouwd te worden.
    BIJLAGE 3 Toestemmingsformulier

    Als lid van ................................................................ [Nationale Federatie] en/of als deelnemer aan een evenement toegelaten of erkend door FBMC, verklaar ik hierbij als volgt:

    1. Ik ga akkoord met mijn eigen persoonlijke ziektekostenverzekering tijdens mijn verblijf in ..... ............ .. [land] voor het evenement ........................................................ [Naam van het evenement].

    2. Ik erken dat ik deelneem op mijn eigen risico.

    3. Ik ben het eens dat ik de bevoegde instantie, de hosting nationale federatie, de plaatselijke autoriteiten, de organisatoren of de sponsors niet aansprakelijk zal houden voor letsel, ongeval of schade aan mijzelf, mijn handlers, mijn honden, mijn auto of mijn materiaal.

    4. Ik erken dat ik ben gebonden door, en bevestig dat ik moet voldoen aan alle bepalingen van de bevoegde instantie regels en voorschriften, waaronder de bevoegde instantie antidoping regels en de International Standaards uitgegeven door de World Anti-Doping Agency en gepubliceerd op haar website .

    5. Ik ga akkoord met elke beslissing gemaakt op het evenement door erkende officials. In het geval een conflict die voortvloeit tussen mij en mijn nationale federatie, de bevoegde instantie, de hosting nationale federatie, de lokale overheden, de lokale organisator en/of de sponsors over mijn deelname aan het Evenement, ga ik akkoord om de zaak alleen voort te zetten via wettelijke bepaling van genoemde lichamen.

    6. Ik erken het gezag van de bevoegde instantie, mijn nationale federatie en/of van de Nationale ADO (NADO) om dopingcontroles uit te voeren, om de resultaten te beheren en om sancties op te leggen in overeenstemming met de de bevoegde instantie antidoping regels die van de NADO of deze van FBMC.

    7. Ik erken en aanvaardt ook dat alle geschillen die voortvloeien uit een beslissing op grond van de bevoegde instantie antidoping regels, na uitputting van het proces uitdrukkelijk voorzien in deze regels, uitsluitend een beroep als bedoeld in artikel 13 van de de bevoegde instantie Anti-Doping Regels om een beroepsorgaan voor definitieve en bindende arbitrage, die in het geval van internationale evenementen het Hof van Arbitrage voor de Sport (CAS/TAS) is.

    8. Ik erken en ga akkoord dat de beslissingen van het scheidsgerecht beroepsorgaan waarnaar hierboven wordt verwezen definitief en uitvoerbaar is, en dat ik elke vordering, arbitrage, rechtszaak of geschillen niet in een andere rechterlijke instantie zal brengen.

    9. Ik heb de huidige verklaring gelezen en begrepen.

    Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu