Transport van en naar EU landen - FBMC

Federation of Belgian Mushers Clubs
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Transport van en naar EU landen

WETTEN
Binnen de Europese Unie gelden transport regels van huisdieren waaraan moet voldaan worden.
Velen menen dat de kans zo klein is dat ze er mee te maken krijgen, dat ze het niet nodig achten de regels toe te passen.
HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Onderwerp
Deze verordening stelt de veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren en de voorschriften voor de nalevingscontroles op dat verkeer vast.
 
Artikel 2 Toepassingsgebied
1. Deze verordening is van toepassing op het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren naar een lidstaat uit een andere lidstaat of uit een gebied of derde land.
2. Deze verordening is van toepassing onverminderd:
a) Verordening (EG) nr. 338/97;
b) alle nationale door de lidstaten aangenomen, bekendgemaakte en aan het publiek beschikbaar gestelde maatregelen om het verkeer van bepaalde soorten of rassen van gezelschapsdieren te beperken op grond van andere overwegingen dan die welke betrekking hebben op de diergezondheid.

Artikel 3 Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de volgende definities:
a) „niet-commercieel verkeer”: elk verplaatsing die niet tot doel heeft om een gezelschapsdier te verkopen of de eigendom ervan over te dragen;
b) „gezelschapsdier”: een dier van de in bijlage I vermelde soorten dat zijn eigenaar of een gemachtigde persoon vergezelt tijdens niet-commercieel verkeer, en dat voor de duur van dit niet-commerciële verkeer onder de verantwoordelijkheid van de eigenaar of de gemachtigde persoon blijft vallen;
c) „eigenaar”: een natuurlijke persoon die in het identificatiedocument als eigenaar staat vermeld;
d) „gemachtigde persoon”: een natuurlijke persoon die schriftelijk door de eigenaar gemachtigd is namens de eigenaar het niet-commerciële verkeer van het gezelschapsdier te verrichten;
e) „transponder”: een passief, uitsluitend uitleesbaar op radiofrequentie werkend identificatiemiddel;
f) „identificatiedocument”: een document dat is opgesteld volgens het model dat is vastgelegd in op grond van deze verordening vast te stellen uitvoeringshandelingen, en dat het mogelijk maakt het gezelschapsdier duidelijk te identificeren en te controleren of zijn gezondheidsstatus aan deze verordening voldoet;
g) „gemachtigde dierenarts”: een dierenarts die door de bevoegde autoriteit gemachtigd is specifieke opdrachten te verrichten overeenkomstig deze verordening of op grond van deze verordening vastgestelde handelingen;
h) „officiële dierenarts”: een door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts;
i) „documentencontrole”: verificatie van het identificatiedocument dat het gezelschapsdier vergezelt;
j) „identiteitscontrole”: controle op de overeenstemming van het identificatiedocument met het gezelschapsdier en waar passend op de aanwezigheid en overeenstemming van het merken;
k) „punt van binnenkomst voor reizigers”: door de lidstaten voor de uitvoering van de controles als bedoeld in artikel 34, lid 1, aangewezen zone.

Artikel 4 Algemene verplichting
Niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren dat voldoet aan de veterinairrechtelijke voorschriften van deze verordening mag niet worden verboden, beperkt of belemmerd om andere diergezondheidsredenen dan die welke voortvloeien uit de toepassing van deze verordening.

Artikel 5 Maximaal aantal gezelschapsdieren
1. Het maximaal aantal gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten dat de eigenaar of een gemachtigde persoon tijdens een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer mag begeleiden, mag niet groter zijn dan vijf.
2. In afwijking van lid 1 mag het maximaal aantal gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten groter zijn dan vijf, indien de volgende voorwaarden vervuld zijn:
a) het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren vindt plaats met het oog op deelname aan wedstrijden, tentoonstellingen of sportactiviteiten, of aan trainingen voor deze evenementen;
b) de eigenaar of de gemachtigde persoon legt het schriftelijke bewijs over dat de gezelschapsdieren geregistreerd zijn met het oog op het bijwonen van een onder a) genoemd evenement, of geregistreerd zijn bij een vereniging die deze evenementen organiseert;
c) de gezelschapsdieren zijn ouder dan zes maanden.
3. De lidstaten kunnen standaardsteekproeven uitvoeren om na te gaan of de overeenkomstig lid 2, onder b), verstrekte informatie correct is.
4. Wanneer het in lid 1 bedoelde maximaal aantal gezelschapsdieren wordt overschreden en de in lid 2 bedoelde voorwaarden niet vervuld zijn, dienen de betrokken gezelschapsdieren te voldoen aan de veterinairrechtelijke voorschriften van Richtlijn 92/65/EEG ten aanzien van de betrokken soorten, en zorgen de lidstaten ervoor dat deze dieren onderworpen worden aan de veterinaire inspecties bepaald in de Richtlijnen 90/425/EEG en 91/496/EEG, al naar gelang het geval.
5. Om te vermijden dat het commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel B van bijlage I vermelde soorten op frauduleuze wijze als niet-commercieel verkeer wordt verhuld, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 39 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van het maximaal aantal gezelschapsdieren van deze soorten dat de eigenaar of een gemachtigde persoon tijdens een eenmalige verplaatsing in het kader van niet-commercieel verkeer mag vergezellen.
6. De Commissie dient uiterlijk 29 juni 2018 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de toepassing
van dit artikel. Op grond van haar verslag stelt de Commissie eventueel wijzigingen van deze verordening voor.

HOOFDSTUK II VOORWAARDEN DIE GELDEN VOOR HET NIET- COMMERCIËLE VERKEER VAN GEZELSCHAPSDIEREN VAN EEN LIDSTAAT NAAR EEN ANDERE LIDSTAAT AFDELING
1 Gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten

Artikel 6 Voorwaarden voor het niet-commerciële verkeer van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten Gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten mogen niet van een lidstaat naar een andere lidstaat worden verplaatst, tenzij zij voldoen aan de volgende voorwaarden:
a) zij zijn gemerkt overeenkomstig artikel 17, lid 1;
b) zij hebben een vaccinatie tegen rabiës ontvangen die voldoet aan de geldigheidsvoorschriften van bijlage III;
c) zij voldoen aan de preventieve gezondheidsmaatregelen voor andere ziekten of infecties dan rabiës die zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 19, lid 1;
d) zij gaan vergezeld van een naar behoren ingevuld identificatiedocument dat is afgegeven overeenkomstig artikel 22.

Artikel 7 Afwijking van de voorwaarde betreffende de vaccinatie tegen rabiës voor jonge gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten
1. Onder voorbehoud van lid 2, kunnen de lidstaten, in afwijking van artikel 6, onder b), het niet-commerciële verkeer naar hun grondgebied vanuit een andere lidstaat van gezelschapsdieren van de in deel A van bijlage I vermelde soorten toestaan, mits de gezelschapsdieren:
a) minder dan twaalf weken oud zijn en niet tegen rabiës zijn gevaccineerd, of
b) tussen 12 en 16 weken oud zijn en tegen rabiës gevaccineerd zijn, maar nog niet aan de geldigheidsvoorschriften als bedoeld in punt 2, onder e), van bijlage III voldoen.
2. De in lid 1 vermelde toestemming mag alleen worden verleend indien:
a) hetzij de eigenaar of de gemachtigde persoon een ondertekende verklaring verstrekt dat de gezelschapsdieren vanaf hun geboorte tot het moment waarop het niet-commerciële verkeer plaatsvindt, niet in contact zijn geweest met wilde dieren van voor rabiës gevoelige soorten, of
b) de gezelschapsdieren vergezeld gaan van het moederdier waarvan zij nog steeds afhankelijk zijn en met het identificatiedocument dat het moederdier vergezelt kan worden aangetoond dat het moederdier vóór hun geboorte een vaccin tegen rabiës is toegediend overeenkomstig de geldigheidsvoorschriften van bijlage III;.
3. De Commissie kan door middel van een uitvoeringshandeling voorschriften vaststellen over het formaat, de opmaak en de talen van de in lid 2, onder a), van dit artikel bedoelde verklaringen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 41, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu